OOSTERWIJK EN HET GESLACHT VAN LIERE

 

 

 

Het geslacht Van Liere

Het enige concrete gegeven, dat de tijd ons gelaten heeft aangaande het geslacht Van Liere te Oosterwijk, is de grafzerk in het kerkgebouw op Oosterwijk. Het opschrift daarvan luidt:

 

Hier leyt begrven Heer Willem van Liere in sijnder tijd Heer van Oosterwijck, Berkou, etc.

Ambassadeur van Haare H.M. Heeren de Staeten Generael der Vereenighde Nederlanden bij Sijne Conincklijke M(ajestei)t van Vranckrijk ende Sereniss Republijck van Venetiën.

Obiit (overleden) den 2 juli 1657.

 

Gedicht op de grafzerk W. v. Liere

 

O, Heer, hoe groot ist goet, hetwelck ik heb verkregen,

Terwijl mijn vlees int graf gerustelijk heeft gelegen.

De aert, die doornen draeght, selfs voor de leliebloem,

En sterkt mijn geest nu niet ick spreeck van beter roem,

Dan sweerels herlickheyd, ick vind mijn naem geschreven

Niet in de ridderschap, maar ’t Boeck van ’t eeuwig leven.

En meer en wens ick niet. Vergeten is de staet,

Waarin ick ben geweest, omdat deez hooger gaet.

 

Op de prachtig bewerkte steen zijn naast het familiewapen van Van Liere nog acht andere wapens te zien.

 

De hier begraven Van Liere is de bekendste. Hij leefde van 1588 – 1649 en was de zoon van Emmery van Liere en Maria van Bourgogne, Vrouwe van Burland.

Hij werd in 1626 "Raad" in den Hove van Holland en ontving in 1627 ontslag uit die betrekking, omdat hij gekozen was tot ambassadeur te Venetië.

 

Hij ging in 1636 als zodanig naar Parijs, waar hij bleef tot zijn overlijden op 8 september 1649. Waarom op de grafzerk als overlijdensdatum staat 2 juli 1657 is een raadsel. Mogelijk is zijn stoffelijk overschot pas later naar Oosterwijk gebracht en is daardoor een andere datum op de zerk gekomen. Het sterfjaar 1649 is zeker juist.

 

De Van Liere’s vormen een bekende voorname familie. Zij waren niet alleen Heer van Oosterwijk, maar ook van de beide Katwijken en Zoetermeer.

Willem huwde tweemaal: eerst met Maria van Leefdael, daarna met Agatha van Zuylen van Nyeveld. Uit het laatste huwelijk werd een zoon geboren. Deze zoon, ook Willem geheten, trouwde met Maria van Reygersbergh. Hij was evenals zijn vader, een zeer bekwaam man. Hij bekleedde meerdere functies en was o.a. Drossaard van Heusden.

 

De laatste Van Liere huwde Louise Isabella van Brakel en overleed kinderloos in 1735. De heerlijkheid Oosterwijk is daarna in andere handen overgegaan. In 1761 wordt de kerkerekening getekend in opdracht van de Hoog Edele Vrouwe van Oosterwijk door Gijsbert van Balen.

In 1766 wordt in opdracht van de Vrouwe van Oosterwijk een verkoping gehouden van een tiental percelen. Blijkbaar is deze verkoping niet geheel geslaagd. Het grootste der aangeboden percelen, n.l. de uiterwaard "De Oel", blijkt bij een boedelscheiding in 1835 nog aan de

 

heerlijkheid te behoren. In 1768 wordt de kerkerekening getekend door J. v. Ottenhof, heer Van Oosterwijk.

 

J.D. van der Zalm

 

Jaargang 3 nr. 1