ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN DE LEERDAMSE BIBLIOTHEEK

 

 

 

 

De Hervormde Jongelingsvereniging "Bidt en Werkt"

Deze vereniging is opgericht in 1911, aanvankelijk als bijbelstudievereniging. Al snel deed zich de behoefte aan een eigen bestand van studieboeken hiervoor gevoelen. Al in 1915 is er dan sprake van een eigen, bescheiden bibliotheek. In 1920 besloot het toen tot knapen- en jongelingsvereniging uitgegroeide "Bidt en Werkt" om deze boeken ook ter beschikking van belangstellende inwoners te stellen. De eerste uitleningen gebeurden vanuit een oud gebouw op de Hoogstraat.

In 1927 trok men naar Maranatha, voor die tijd een grote verbetering. Het bezit bestond toen uit slechts enkele tientallen boeken. Dit aantal was in 1938 al opgelopen tot ongeveer 1200 stuks. Van hier uit heeft men jaren achtereen verantwoorde lectuur kunnen uitlenen tot 1946.

In de crisis- en oorlogsjaren was het lezen een aangename en goedkope ontspanning. Nadere bijzonderheden uit deze periode zijn niet bekend, omdat de notulenboeken van de vereniging verloren zijn gegaan.

 

Rehoboth

In 1907 is in Leerdam een Christelijke bewaarschool gesticht, aanvankelijk gevestigd in de oude Christelijke school en later ondergebracht in het gebouw Rehoboth aan de Tiendweg. Rehoboth is voor meerdere doelen in gebruik geweest, namelijk als bewaarschool, Zondagschool, kerk en bibliotheek, alle uitgaande van de Nederlandse Hervormde Gemeente te Leerdam. Voor de Zondagschool wilde men een orgel aankopen, waarvoor een inzameling werd gehouden die destijds vijftig gulden opbracht. Door schenking kwam er een orgel in Rehoboth en er werd besloten om voor de ingezamelde vijftig gulden boeken aan te kopen: het begin van de bibliotheek Rehoboth. Om de kosten laag te houden was de catalogus een met de hand geschreven blad papier op karton gelijmd. Na de oorlog kwam ook bij deze bibliotheek, net als elders, een grote inzinking.

 

De Gereformeerde Kerk (Hoogstraat)

Door ontoegankelijkheid van het archief van deze kerk is het moeilijk concrete feiten te vermelden. Uit gesprekken met diverse personen blijkt het volgende: Op 18 oktober 1902 is de Jongelings-vereniging "Agur" opgericht. Een der activiteiten was het uitlenen van boeken tot zeker wel in 1960. In 1935 was er zelfs sprake van een lectuurcommissie. De uitgeleende boeken ademden allen het algemeen christelijk beginsel, zoals bij voorbeeld bij J.W. Ooms en W. Schippers werd gevonden.

 

De Leesbibliotheek "Ontwikkeling en Onspanning" der Personele Belangen van de Glasfabriek Leerdam

Op 6 april 1917 is de Vereniging tot behartiging van de Personele Belangen Glasfabriek opgericht. Als cultureel trefpunt voor de werknemers van de fabriek bouwde men "Ons Huis", geopend in 1920. In dit gebouw hield men vergaderingen, bijeenkomsten, denksportwedstrijden en men organiseerde er cursussen. Aan dit voor die tijd culturele centrum was tevens een uitleenbibliotheek met ruim 2500 boeken verbonden. De boeken waren technisch en literair en bestonden voorts uit ontspanningslectuur. In de crisistijd en zeker in de oorlog was deze bibliotheek erg in trek, te meer omdat "Ons Huis" een dagverblijf was geworden voor de vele toenmalige werklozen. Rond de jaren zestig is aan deze bibliotheek een einde gekomen. De vrijgekomen ruimte werd kantoor van de woningbouwvereniging. De laatste bewoners van "Ons Huis" waren de van Ingens. In de tachtiger jaren is het gebouw afgebroken.

 

Jan Bronkhorst (1895 – 1966)

Een bekend persoon uit de streek was de heer J. Bronkhorst. Tot zijn 27ste jaar leed hij aan een voor die tijd moeilijk te genezen vorm van bloedarmoede. Door jaren lang lever te eten wist hij te overleven, tot de wetenschap een geneesmiddel voor zijn ziekte beschikbaar had. Op zijn 27ste begon hij een kippenfarm annex meelhandel. De kuikenfokkerij rendeerde tot 1932, de crisistijd. Door sterke omzetvermindering ging zijn bedrijf failliet en werden opstallen etc. verkocht.

 

Juist in deze tijd werd Bronkhorst door een zijn lichaam verlammende ziekte getroffen, die hem voor de rest van zijn leven invalide maakte. Dit was voor hem een zeer moeilijke periode: aangewezen op een invalidewagentje om zich te verplaatsen, geheel zonder inkomen en geen huis of onderkomen. Toch werd er voor hem gezorgd. Hij mocht bij familie komen inwonen, een kans die hij met beode handen aangreep. Zo kwam hij te wonen aan de Zijderveldselaan te Zijderveld.

Tobben, piekeren en armlastig zijn was voor deze man geen levensdevies. Bij de pakken neerzitten wilde hij niet en hij zocht en vond en mogelijkheid om ondanks zijn handicap toch aan de kost te komen. Als vijfjarige leerde zijn vader hem al lezen en als schooljongen was hij een verwoed lezer. Uit deze periode bezat hij nog zo’n 240 boeken, waarmee hij, aanvankelijk op bescheiden schaal, een boekenverhuur startte. Eerst in Zijderveld voor drie cent per boek per week. De verhuur ging niet slecht, maar de opbrengst was veel te weinig. Het eerste jaar beurde hij f 12,39, het tweede jaar f 17,85. Dit was qua opbrengst te weinig om van rond te komen. Goede raad was duur.

Een bevriende duivenhandelaar wist voor f 36,00 een invalidewagen te koop. Bronkhorst verkocht zijn fiets, wat kleedjes en nog wat spullen van zijn handarbeid, om zo aan de zesendertig gulden te komen. Hij kocht de invalidewagen en was hierdoor niet meer zo plaatsgebonden, ook wat de verhuur van zijn boeken betrof. Hij nummerde zijn boeken, maakte een catalogus en begon als het ware een rijdende bibliotheek. In 1938 beschikte hij al over 1750 boeken.

Door een advertentie in "de Leerdammer" (f 0,25) bouwde hij zijn lezerskring uit tot in Leerdam. Vooral de jaren ’40 – ’46 waren voor bibliotheken een goede tijd. De door de bezetters ingestelde avondklok verplichtte zeer velen de avonden binnenshuis door te brengen. Veel boeken-uitleen betekende voor Bronkhorst ook veel werk; dagelijks naar Leerdam door weer en wind. Eens was het zo koud en stromachtig dat hij over de afstand Leerdam – Zijderveld enige uren deed. Maar de heer Bronkhorst heeft van de weersomstandigheden nimmer lichamelijk hinder of ziekten ondervonden. Hij bouwde voort aan een volwaardig inkomen en een menselijk bestaan voor zichzelf.

Zijn invalidewagentje zag er nogal schamel en armzalig uit, maar desondanks liep de verhuur goed. De eventuele omschakeling naar een motorwagen bood hem onvoldoende bergruimte voor zijn boeken, terwijl dit waarschijnlijk ook veel te koud zou zijn door onvoldoende lchaamsbeweging. Een auto werd zelfs niet overwogen wegens vel te hoge kosten. Het bleef dus bij de met de handen voortbewogen invalidewagen, die met passen en metenplaats bood aan 80 tot 100 boeken. Bij de klanten ruilde hij de boeken om: in de woningen nieuwe leesvoorraad en in de kar een hierdoor steeds wisselend aanbod beschikbaar.

In de verhuur had Bronkhorst naast boeken die als echte literatuur aangemerkt werden ook detectives en wild-west verhalen. Realistische boeken verhuurde hij niet. Na de oorlog kocht hij ongeveer 6500 boeken. Ze waren voor die tijd goed aan de prijs, zo vond hij. Maar ja, zuinigheid en vlijt kunnen zeker positief werken. Als hij ‘s avonds om een uur of negen thuis kwam was de boeken-reparatie aan de beurt, alsmede het nieuw inkaften. Zo was hij soms tot middernacht bezig om zijn boeken goed verzorgd bij zijn leesklanten te kunnen presenteren.

Zoals elke bibliotheek dat heeft, had ook Bronkhorst zo zijn vermiste exemplaren, die soms op de meest vreemde manieren bij hem terug kwamen. Soms zelfs moest hij ze terug kopen of ze tegen de vorm van boete weer inwisselen. Thuis had hij ook een open afdeling, waar men, als hij niet thuis was, zichzelf kon bedienen. Er werd wel eens een puinhoop van gemaakt, maar ja, zo erg was dat nu ook weer niet, als men maar eerlijk bleef.

Meer dan 25 jaren heeft Jan Bronkhorst dit werk gedaan, en met zijn unieke huis-aan-huis service veel mensen leesgenoegen geschonken.

 

De Nederlandse Hervormde Kerk

De jongelingsvereniging "Bidt en Werkt" en de Zondagsschool Rehoboth, die beiden deel uitmakten van de Nederlandse Hervormde gemeente, zagen na de oorlog hun uitleenbibliotheken in snel tempo achteruit gaan. Op 25 april 1951 werd voor het eerst in een kerkenraadsvergadering gesproken over de desolate toestand van de beide bibliotheken. Er was zeer weinig geld beschikbaar voor vernieuwing en uitbreiding, en nieuwe boeken waren duur, met als gevolg dat er niet kon worden gezorgd voor tijdige en zo noodzakelijke aanvulling en vernieuwing van het boekenbestand. De uitleningen waren minimaal.

Op 27 juni 1951 vroeg de jongelingsvereniging de kerkenraad om hulp. Er werd een commissie benoemd die advies zou uitbrengen over de manier waarop een en ander kon worden verbeterd. Men adviseerde het boekenbestand van Bidt en Werkt en Rehoboth onderling te wisselen, hetgeen ook gebeurde. Toch gaf deze maatregel niet het gewenste resultaat. De commissie, opnieuw geraadpleegd, stelde voor om de twee bibliotheken samen te voegen. De jongelingsvereniging was voorstandster, mits deze fusie onder verantwoordelijkheid van een commissie gebeurde. Zondagsschool Rehoboth had nog enige bedenkingen maar ging uiteindelijk akkoord. Het plan kwam op 11 oktober 1951 in de kerkenraadsvergadering, die akkoord ging. Men benoemde een uitvoerende commissie bestaande uit de heten:

 

Dhr. F.C. Hartman Voorzitter

Dhr. D. Vendelbosch Penningmeester

Dhr. J.J. van Thiel Secretaris

 

De heer Blom bedankte als commissielid namens de kerkenraad; de heer Plomp nam zijn plaats in. In de kerkbode van 3 oktober 1952 deelde de commissie mede dat de bibliotheek vanaf deze datum weer was geopend. De uitleningen stegen: men noteerde in 1952 ongeveer 3000 uitleningen. Ook werd in deze periode contact opgenomen met de Christelijke Plattelands Bibliotheken te Dordrecht. De kerkbode van 25 september 1959 vermeldde dat de Christelijke Volksbibliotheek weer open was vanaf 2 oktober dat jaar. De bibliotheken waren open:

 

Maranatha vrijdag van 7 – 8 uur

Rehoboth vrijdag van 3.30 – 5 uur

 

De commissieleden: Dhr. M. van Buuren

Dhr. A. Plomp

Ds. K. Ooms

Mej. P.A. Breedveld

Dhr. L. Bakker

Dhr. G. van Kley

 

Wat is er nu aan boeken uitgeleend tussen 1952 en 1959?

 

1953 2600

3000

3200

4000

8179

11000

15000

 

Deze spectaculaire stijging was de weerslag van het succesvolle beleid van de commissie. Aanvullingen en vernieuwingen van het steeds groeiende boekenbestand zorgden voor een bijna verzesvoudiging van het lezersbestand in nauwelijks zeven jaren. Maar waar kwam het geld voor al de aanschaffingen vandaan? De gemeentelijke subsidie was in 1950 slechts vijfentwintig gulden en opgelopen tot f 250,00 in 1959. Toch was dit nog steeds onvoldoende en men zocht naar andere wegen om de bibliotheek verder uit te breiden. Er werd contact opgenomen met diverse instellingen waaronder de Stichting Christelijke Openbare Bibliotheken en Leeszalen. Met mensen van deze stichting belegde men op 18 december 1959 een vergadering in gebouw Rehoboth om tot oprichting van een Stichting Christelijke Openbare Bibliotheek in Leerdam te komen.

 

De oprichting van de Christelijke Openbare Bibliotheek

Tijdens de vergadering van 18 december 1959 werd de concept-akte besproken. Enkele hoofdpunten waren:

 

De samenstelling van het bestuur, te weten:

 

6 personen uit de Nederlandse Hervormde kerk

1 persoon uit de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt)

1 persoon uit de Gereformeerde kerk

1 persoon uit de Christelijk Gereformeerde kerk

1 persoon uit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland

1 persoon uit de Gereformeerde Gemeente

 

Als voorlichter was deze avond de heer Meeuwsen uit ’s-Gravenhage aanwezig namens het C.O.L.B. Hij belichtte de financiële kant van de op te richten stichting. Naast de inbreng der boeken van de jongelingsvereniging Bidt en Werkt en van de Zondagsschool Rehoboth zou een kapitaal van f 20.000,00 nodig zijn.

Ook werd besproken welke boeken op basis van de grondslag in de bibliotheek mochten worden opgenomen. Er was een verhitte discussie over het al dan niet opnemen van boeken die voor studie nodig zouden zijn, en ook of lectuur, bestemd voor anderen dan mensen van de eigen richting, beschikbaar moest komen. De heren Breedveld en Roza bleven bij hun principe en verklaarden pertinent tegen de opname van dergelijke boeken te zijn. Het probleem werd verdaagd naar de volgende vergadering.

Op 26 januari 1960 werd dan ten huize van de heer M. van Buuren, Meent 25 te Leerdam, ’s avonds te halfacht, de eerste bestuursvergadering, waarbij ook nu de heer Meeuwsen weer aanwezig was, gehouden. Het probleem dat in de voorgaande informele vergadering was verdaagd werd opgelost er zouden geen boeken van andere richtingen worden aangekocht. Voorts werd besloten de stichtingsakte, zo snel als mogelijk was, door de notaris te doen passeren.

Inmiddels was het krediet, dat als beginkapitaal nodig was, verstrekt door D. Theunissen & Co’s Bank te Leerdam, onder de belofte dat men daar altijd cliënt zou blijven.

Op 23 maart 1960 werd de akte ten overstaan van notaris W.D. Okkens te Leerdam gepasseerd. Het omstreden punt van voorgaande vergaderingen werd als volgt omschreven: Ter lening zal worden aangeboden lectuur die in overeenstemming is met de grondslag der stichting, en voorts: andere lectuur, die niet het doel heeft de grondwaarheden van het Christendom te bestrijden of te weerleggen. Zij weert alle schadelijke, op grove wijze andersdenkenden kwetsende of tot ongehoorzaamheid aan de landswetten opruiende lectuur.

Als doel der stichting werd gesteld:

De stichting heeft ten doel het oprichten en in stand houden van Christelijke Openbare Uitleenbibliotheken en een openbare lees- en studiezaal, zulks met inachtneming van de bepalingen, vervat in de voorwaarden betreffende de subsidiëring van rijkswege.

De grondslag van de stichting werd als volgt omschreven:

De grondslag van de stichting is de ganse Heilige Schrift, zijnde Gods Woord, het enige richtsnoer voor het gehele leven.

Het bestuur werd als volgt samengesteld:

 

A.S. Aangeenbrug F.C. van Kesteren

L. Bakker K. Ooms

C. Breedveld A. Plomp

M. van Buuren J. Roza

W. den Hartog A. van Rossum

 

Er werd bepaald dat uit het bestuur één of meer leden konden worden aangewezen om met de directie te worden belast. Hun taak bestond o.m. uit het selecteren van de in de bibliotheek op te nemen boeken, onder goedkeuring van het bestuur.

Op 16 mei 1960 deelde diaken M. van Buuren aan de kerkenraad der Nederlandse Hervormde Gemeente mede dat de Christelijke Openbare Bibliotheek een feit was. De Kerkvoogdij der Nederlandse Hervormde Gemeente verhuurde op 5 november een lokaal van het gebouw Maranatha dat het onderdak van de nieuw opgerichte bibliotheek werd. Dit voor de somma van f 900,00 per jaar, te betalen in 4 driemaandelijkse termijnen. De huurprijs was inclusief verwarming, licht en water. In het lokaal mochten zonder toestemming geen getimmerten of wijzigingen worden aangebracht.

 

Opening der Christelijke Uitleen Bibliotheek

Op dinsdag 29 november 1960 om 3 uur ’s middags werd de Christelijke Openbare Uitleen Bibliotheek te Leerdam officieel geopend door dr. Karsemeijer uit Dordrecht. In zijn toespraak memoreerde hij dat er die middag een zeer belangrijke gebeurtenis had plaatsgevonden. Deze stond niet los van hetgeen toen in Nederland gaande was maar zeker geacht moest worden zeer belangrijk te zijn, namelijk een goede verzorging van het bibliotheekwezen.

Daarna sprak ds. Van Dijk. Hij bood zijn gelukwensen aan voor het bereikte resultaat en benadrukte tevens de wenselijkheid van een goede uitleenbibliotheek; de leesgewoonte in Leerram vond hij zeer minimaal. Men streefde naar platvloerse genoegens en zinnelijk vermaak, waardoor het geestelijk leven in gevaar kwam.

Burgemeester L.J. den Hollander signaleerde dat de jeugd liever op straat slenterde en zich daar gedroeg op een manier die sterk afgekeurd diende te worden. Het ware beter als de jeugd zich in een goed boek verdiepte. Algemeen werd daarom gehoopt dat deze bibliotheek in staat zou zijn de belangstelling voor het lezen nieuw leven in te blazen.

 

Zo was de Leerdamse bibliotheek een feit

In december 1962 werd het 50.000ste boek uitgeleend, hetgeen een goede vooruitgang betekende. Dit feit werd in besloten kring gevierd. Iets meer dan een jaar later was er een feestelijke sfeer in de bibliotheek. Aanwezig waren de wethouders L. van der Kolk en W. den Hartog, alsmede de heer A. Meeuwsen, Directeur van de Christelijke Plattelands Bibliotheken. Deze middag ging namelijk het 100.000ste boek worden uitgeleend, naar later bleek aan Clasina van den Broek. Hierna was het woord aan de heer Meeuwsen, die sprak over het begin, over de groei en over hetgeen nu nodig was, namelijk een grotere ruimte. De heer M. van Buuren bedankte het personeel, de dames T. Kraan, N. Breedveld, L. Scherpezeel en M. Copier voor hun niet aflatende inzet. Het aantal boeken dat per lid geleend mocht worden werd gesteld op drie stuks, terwijl tegen betaling van 10 cent een boek extra mocht worden meegenomen.

Op 1 juni 1965 werd mevrouw K. van Hattem-Koffeman als hulp aangenomen; ze is er nu, in 1991, nog steeds werkzaam. Op 24 februari 1965 kwam het bestuur met een plan tot het bouwen, verbouwen of vestigen van een aan de behoeften voldoende bibliotheekruimte, daarbij was uitgegaan van 15.000 inwoners en een bestand aan boeken van 20.000. Voor de opslag was 400 m. nodig, waarbij de boeken wel 5 hoog zouden staan. Dit was ruim boven de rijksvoorschriften voor het bibliotheekwezen, die voor 20.000 boeken minimaal 200 m verlangden. Ook was men bereid een centrale bibliotheek te stichten, eventueel met filialen. Men zag drie mogelijkheden om tot een nieuwe, grotere ruimte te geraken, namelijk: door nieuwbouw in de Patrimoniumwijk dan wel op de hoek Pironstraat/Oranje Nassaulaan of door aankoop van een bestaand en geschikt pand, waarbij werd gedacht aan het dubbelpand Nieuwstraat 79 – 81, dat bezit was van de Vereniging voor Christelijk Onderwijs te Leerdam.

Ook zag men mogelijkheden tot vestiging in een te bouwen flatgebouw, mits dit dan in het centrum van Leerdam zou komen. De plannen werden aan de Gemeente Leerdam voorgelegd. Op 7 april 1965 antwoordde de Gemeente. In een brief meldde de Gemeente geen voorkeur te hebben voor een vestigingsplaats; voorts verwachtte men in principe geen bezwaar te hebben tegen de vestiging van de bibliotheek in het genoemde dubbelpand in de Nieuwstraat, mits de daarin wonende gezinnen elders passend konden worden ondergebracht. Waar mogelijk zou de Gemeente Leerdam voor het vinden van dergelijke woonruimten medewerking verlenen.

Op 25 oktober 1965 werd een bod van f 61.000,00 kosten koper op het dubbelpand in de Nieuwstraat uitgebracht; dit werd op 15 november 1965 aanvaard. In een circulaire van 21 mei 1966 werden de overige bestuursleden ingelicht. Ook werd het financiële plan, waaruit bleek dat de totale kosten van aankoop en verbouwing circa honderdduizend gulden zouden gaan bedragen, bekend gemaakt. De verbouwing werd uitgevoerd onder leiding van architect J. Stuurman Hess, die, naar later bleek, een zeer bekwaam vakman was.

Op 9 februari 1967 werden de uitnodigingen voor het bijwonen van de opening van de uitleenbibliotheek met leeszaal verzonden. Deze opening vond plaats op zaterdag 18 februari 1967 door de toenmalige burgemeester van Leerdam, de heer L.J. den Hollander. Enkele passages uit de gehouden toespraken volgen hier:

Burgemeester Den Hollander bood, voorafgaande aan de officiële opening, gelukwensen aan met het behaalde indrukwekkende resultaat en filosofeerde hierna wat over de betekenis van de uitvinding van de boekdrukkunst. Hij memoreerde dat deze uitvinding eens de eerste stap ten hemel of ter helle is genoemd. Er is inderdaad een onderscheid te maken tussen zegenen vloek. Er zijn boeken die als slecht aangeduid kunnen worden met minder beschaafde woorden, maar er zijn ook boeken die een zegen voor de mensheid kunnen zijn. En hoog boven alles torent het Boek der Boeken, de Bijbel.

Ds. Van Dijk sprak namens de kerkenraad der Nederlandse Hervormde Gemeente en sprak zijn angst - bij hem in 1960 opgekomen – uit, dat de laatste jaren het accent meer op de visuele media werd gelegd. We hebben nu de beeldroman, de film en de televisie, die naar zijn verwachting veel lezers uit de bibliotheken zouden houden.

Echter, ondanks de sombere verwachting van ds. Van Dijk, liepen de uitleningen met sprongen omhoog. Enkele cijfers hierover:

 

13.000

1962 50.000

56.832

69.000

66.732

59.646

 

Het boekenbezit bestond op 31 december 1965 uit 7490 exemplaren.

Op 27 augustus 1969 werd in de jeugdafdeling van de bibliotheek een bestuursvergadering gehouden, waar ter sprake werd gebracht dat er, in strijd met de Christelijke doelstelling van de stichting, toch boeken van andere richtingen, die in strijd zijn met het beginsel, werden opgenomen. Enkele bestuursleden waren afwezig of trokken zich, in verband met bovenstaande punt van bespreking, terug.

Ds. Verploeg bracht een der boeken ter sprake, namelijk het omstreden boek van dr. Berkhof. Hij zou deze materie graag principieel willen benaderen. De bibliotheek wil Christelijk zijn, dat wil zeggen gebonden aan het beginsel, en uit dien hoofde moet geweerd worden alles wat in strijd is met Gods woord. Anderzijds, zo vond hij, is de bibliotheek ook algemeen en openbaar. Hierdoor is men genoodzaakt ook de werken van andersdenkenden op te nemen. De keuze is niet gemakkelijk. Wel zag men de mogelijkheid om bij aankoop van deze boeken rekening te houden met de grondslag.

In de Gecombineerde van 18 november 1969 werd bekend gemaakt dat de vrijdagavond daaraan voorafgaande het 500.000ste boek werd uitgeleend. De heer M. van Buuren meldde dat hij graag aandacht aan deze gebeurtenis wilde schenken; er was een mijlpaal bereikt!

Tevens bedankte hij bij deze de plaatselijke krant, die steeds gratis de lijst van nieuwe aanwinsten publiceerde. Verder wenste hij als uitbreiding een serre in de tuin van de bibliotheek als leeszaaltje voor jeugdige lezertjes.

Wethouder L. van der Kolk sprak over het goede boek dat bij de stadgenoten gebracht moest worden. De gemeente stimuleert dit door een forse subsidie te verstrekken. Zonder subsidie zou het lenen van een boek zeker vijftig cent per week moeten kosten. In 1969 was de gemeentelijke subsidie f 29.000,00, die de gemeenteraad graag verleende. Na deze toespraak maakte wethouder Van der Kolk bekend wie de 500.000ste uitlening kwam afhalen. Het was mej. Teuni ’t Lam. Ze ontving uit handen van de wethouder een couvert, inhoudende vijftig gulden.

 

De contributie die in 1969 moest worden betaald was als volgt vastgesteld:

 

Volwassenen f 5,00

Twee volwassenen f 4,00

65+ f 3,50

Junioren 15 – 17 f 3,50

Jeugd tot 14 f 2,50

 

Op 1 juli 1973 trad mevrouw M.M. van Lit – den Hartog in dienst. Nu, in 1991, werkt mevrouw Van Lit nog steeds als hoofd in ‘haar’ bibliotheek.

Men groeide in de Nieuwstraat uit zijn jasje en er moest opnieuw worden omgezien naar een groter onderkomen. Bij de planning voor de bouw van een Stadskantoor werd een deel van de ruimte bestemd voor de thans sterk vergrote bibliotheek annex leeszaal. Een grote hoeveelheid boeken en naslagwerken vult de rekken die duidelijk zijn gerubriceerd. Tijdschriften en kranten zijn te kust en te keur in de leesruimte ter beschikking. Kan men het dan nog niet vinden, dan is er nog de mogelijkheid alles op te zoeken met behulp van één der gereedstaande computers.

Is het, uitgaande van de grondslag der stichting, alles gegaan zoals men het verwachtte? Zullen veel bestuursleden en oud-bestuursleden van de afgelopen jaren hebben verwacht dat het zou worden wat het nu is geworden? Er kan in ieder geval worden teruggezien op een vruchtbare pionierstijd.

 

H. Budding

 

Jaargang 11 nr. 3 en 4