HEUKELUM IN OUDE TIJDEN

 

 

 

 

Inleiding

Op maandag 22 maart 1982 hield de heer B.J. de Groot voor de historische vereniging een lezing over zijn geboorteplaats en het kasteel Merkenburg. De heer K. van Baren heeft de belangrijkste punten uit dit goed gedocumenteerde betoog vastgelegd.

 

Naam

Reeds in het jaar 996 wordt in een oorkondenboek van het Sticht de naam "Ukele" genoemd, waarmede het gehucht Heukelum zou zijn bedoeld. In 1243 erkent Herbaren van der Leede, ridder, de goederen in Heukelum van het domkapittel van Utrecht in erfpacht te hebben ontvangen. Heukelum is dus al zeer oud.

 

Bestuur

Voor de Franse tijd werd de stad bestuurd door de drost, als vertegenwoordiger van de heer van Heukelum, twee burgemeesters en zeven schepenen. De schout, en dat was dikwijls de drost, voerde de rechtspraak. De dijkgraaf en vier hoogheemraden vormden het toezichthoudend college op de dijken. Zij hadden vier waardslieden onder zich, voor elk van de vier polderonderdelen één. Elk jaar werden de bestuursfunctionarissen door de heer van Heukelum benoemd. Dat geschiedde op 14 januari, op Pontiaansdag en werd het verzetten van de wet genoemd. Dit gebeurde in Leerdam en Asperen ook op dezelfde dag.

Verder waren er de kerkmeesters, die het beheer over de kerk en de kerkelanden voerden, en de gasthuismeester.

 

Geldnood

De adel verkeerde vaak in geldnood en greep dan soms naar het voor eigen rekening laten slaan van munten, hetgeen ten strengste verboden was. Jan van Arkel, heer van Heukelum, bezondigde zich ook aan dit euvel. Hij liet duiten en penningen slaan en werd deswege door de Hertog van Bourgondië van valse munterij beschuldigd. Hij werd gedagvaard, maar verscheen niet en werd als straf in het jaar 1460 verbannen uit Holland, Zeeland en Friesland. Tijdens zijn verbanning werd in 1461 kasteel en stad door de Geldersen ingenomen.

 

Handvest

In het jaar 1496 kregen de burgers van Otto IV een handvest, een grondwet, waarin de rechten en verplichtingen zijn vastgelegd. Heukelum bezat toen reeds het recht voor de Heer en de burgers om tolvrij door Holland te varen. Dit recht was hun in 1399 verleend door Aalbrecht van Beijeren. Drie eeuwen is onder het handvest geleefd. Met de komst van de Fransen in 1795 werd het afgeschaft.

 

Hervorming

In Asperen heeft een beeldenstorm plaatsgevonden. Niet bekend is, hoe de Hervorming in Heukelum is verlopen. Wel was er in 1574/75 een predikant gevestigd, Petrus van Os. De kerk moet toen dus definitief ter beschikking van de Hervormden hebben gestaan. Toch gingen na de Hervorming de bedevaarten gewoon door. Uit het hele land stroomde het volk met Pinksteren naar Heukelum, waar een grote processie werd gehouden, gevolgd door een kermis. Tot in 1655 komen deze bedevaarten voor en klagen de predikanten steen en been over de "Papisterie van de bedevaarten". Na 1700 verdwijnen de processies. De kermis hield echter stand tot begin der zeventiger jaren.

 

Branden

Heukelum is meerdere malen door grote branden geteisterd. Hoe kon het anders? De daken van de huizen waren meestal van riet. Huizen, schuren, hooimijten en hooibergen stonden in de regel dicht bij elkaar.

Op 17 augustus 1772, toen een groot deel van de inwoners naar de jaarmarkt in Gorcum was, werd door Hendrik Sar brand gesticht in het achterhuis van de Van Wilgens. Bovendien ontvreemdde hij een fikse som geld van f 2300,-- en enig zilverwerk. Een groot aantal huizen in drie straten van de stad ging in vlammen op. De dader werd gegrepen en ontging zijn gerechte straf niet. Op 27 oktober van hetzelfde jaar werd hij geradbraakt en opgehangen.

Ook in de jaren 1866/67, 1890, 1919 en 1945 werd de stad door branden geteisterd.

 

Overstromingen

Een der grootste gesels vormden ook de vele overstromingen, regelrechte rampen voor de stad en het platteland. In 1658 was er een grote doorbraak tussen Asperen en Heukelum, waarbij de Galgenwiel ontstond. In het rampjaar 1672 werden de dijken doorgestoken om de opmars van de Fransen te stuiten. Het land heeft enkele jaren onder water gestaan, waardoor het niet bewerkt kon worden en niets opleverde. In 1677 opnieuw een dijkdoorbraak, waarbij twee watermolens verloren gingen. In 1726 sloeg de waterwolf al weer toe. Ook de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden liepen onder water na een dijkdoorbraak bij Kedichem. In 1741 was het weer raak. I maart 1784 was er een grote overstroming van de Tielerwaard, waardoor de stadswallen afgeslagen, de kerk, vele huizen, kaden, dijken en sluizen werden beschadigd.

In 1799 opnieuw watersnood en in 1809 eveneens. Het gehele gehucht Leuven spoelde weg, waarbij 17 m3nsen verdronken. Al deze doorbraken veroorzaakten grote ellende en armoe onder bevolking, die soms jaren achtereen van inkomsten verstoken bleef. Het stadsbestuur wendde zich herhaaldelijk tot de Staten om steun, maar deze werd maar zeer mondjesmaat gegeven en dan soms nog onder minder correcte voorwaarden.

Om deze steeds terugkerende overstromingen een halt toe te roepen, werd in 1809 begonnen met de bouw van de Nieuwe Zuider Lingedijk, waardoor, nadat ook de Meerdijk en de Diefdijk waren opgehoogd, het vele water uit Gelderland de landerijen en steden in Holland niet meer kon bereiken. Dat dacht men tenminste, want in 1820 brak de nieuwe dijk door. De inwoners werden er volkomen door verrast en hadden nauwelijks gelegenheid have en goed naar hoger sferen te brengen. Men voer weer met schuiten door de straten. Op enkele plaatsen werd niet minder dan 65 voet water gepeild.

In 1855 volgde een laatste overstroming, toen opnieuw de gehele Tielerwaard onder water liep. In 1939 en in 1945 tenslotte zijn er inundaties geweest, toen de Hollandse waterlinie op last van het leger onder water gezet werd.

De waterwolf heeft al met al zeer veel ellende en armoe over deze streken gebracht.

 

De Franse tijd

De omwenteling in 1795, die de Nederlanden de vrijheid, gelijkheid en broederschap moest brengen, heeft ook Heukelum niet onberoerd gelaten. De wet werd verzet. Alle bestuurders werden uit hun ambt ontslagen en vervangen door mensen van de nieuwe orde. Er vonden tal van baldadigheden plaats en men tartte het gezag door het aanheffen van Oranje-leuzen, het dragen van Oranje-linten, enz. Dat werd alras verboden en de nieuwe overheid schreef zelfs de predikant voor, hoe hij zijn gebed moest inrichten. Heukelum kreeg Franse troepen ingekwartierd, die op kosten van de stad moesten worden onderhouden. De schuldenlast van stad en inwoners liep geweldig op. Na het vertrek van de Fransen bleef de bevolking verarmd en berooid achter.

 

Afstand grondgebied

Nadat de Nieuwe Zuider Lingedijk was gelegd werd deze in 18920 aangewezen als de grens tussen Gelderland en Zuid-Holland. Dit had tot gevolg, dat Heukelum 2/3 deel van haar grondgebied kwijt raakte aan Vuren. Dit is de stad, maar ook Asperen en Spijk, toen nog een zelfstandig dorp, die ook grote stukken grond moesten afstaan aan Vuren, duur te staan gekomen. Vele pogingen werden ondernomen om vergoeding te krijgen van de door de gemeenten geleden schade, wegens het gemis van opcenten op de grondbelasting van de teloor gegane gronden. Van hogerhand heeft men als antwoord steeds getracht tot samenvoeging van gemeenten te komen. Aanvankelijk wilde men Kedichem en Spijk samenvoegen. Ook is gesproken over samenvoeging van Asperen en Heukelum en een combinatie met Spijk is ook nog aan de orde geweest. In de dorpen wilde men echter niets van samenvoegingen weten, uitgezonderd dan Spijk, dat er zeer slecht voor stond. Als men de huidige pogingen van het Rijk ziet om tot samenvoeging va verschillende gemeenten te komen, kan men vaststellen, dat er niets nieuws onder de zon is. In 1828 viel het besluit tot samenvoeging van Heukelum en Spijk, maar eerst in 1855 kwam deze tot stand, toen Heukelum vermeerderd werd met 418 inwoners van het zwaar armlastige Spijk.

 

K. van Baren

 

Jaargang 2 nr 2