BUREN IN OPGANG EN NEERGANG

 

 

 

Inleiding

Leerdam en Buren hebben eeuwenlang zeer veel gemeen gehad en ook nu zijn er nog duidelijke overeenkomsten aan te wijzen, al worden in de tweede helft van de 20ste eeuw de verschillen voortdurend groter. Leerdam heeft een veel sterker groei doorgemaakt, doordat het, profiterend van een gunstiger ligging, veel betere verbindingen heeft gekregen, te water, te land en per rail. Terwijl Buren geïsoleerd bleef, doordat men verzuimde de infrastructuur aan te passen. Wellicht heeft dit isolement er toe bijgedragen, dat Buren als historisch stadje zo gaaf bewaard kon worden, zodat het thans als "beschermd stadsgezicht" zo’n grote belangstelling kan trekken.

 

Hogere stroomruggen

Buren zal wel - juist als Leerdam - ontstaan zijn in de eerste eeuwen va onze jaartelling doordat groepjes mensen zich vestigden op de hogere stroomruggen langs de rivier de Linge of een zijrivier hiervan, de Korne geheten, in dit weliswaar zeer vruchtbare, maar uitermate bedreigde gebied van de grote rivieren. Uit deze vestigingen zou rond het jaar 1000 de "Heerlijkheid Buren" zijn ontstaan. Uit deze periode weten we niet veel met zekerheid.

 

Maar wij weten - wederom analoog aan Leerdam - dat Buren in de twaalfde eeuw een slot kreeg. Wellicht was het aanvankelijk niet meer dan een versterkt huis, dat bewoond werd door een wat fortuinlijker familie, die zich de "Heeren van Buren" zijn gaan noemen. Zeker is, dat de "Heerlijkheid Buren" in 1318 een geheel vormt met de "Heerlijkheid Beusichem". Ook weten we, dat Heer Otto III - samen met de heer van Arkel - in 1326 op rooftocht is gegaan in de Bommelerwaard. Deze expeditie loopt slecht af voor de Burense Otto, want hij wordt door de hertog van Brabant gevangen genomen. De Hertog geeft Buren in leen aan Otto’s broer Lambertus. In de veertiende eeuw krijgen we meer zekerheid over de geschiedenis van Buren.

 

De wijze Heer Alard

Een kleinzoon van deze Lambertus, Alard geheten, volgt in 1367 zijn vader op als heer van Buren en Beusichem en blijft regeren tot 1409, een voor die tijd zeer lange regeerperiode.

Deze Alard besluit rechtsregels in te voeren voor familie- en erfrecht en korte tijd later kondigt hij het "Landrecht voor Buren en Beusichem" af. In 1395 verleent hij Buren het stadsrecht.

Dat hij dit alles kon doen, wijst erop, dat deze Alard een meer dan gewone macht moet hebben gehad. Ook, dat Buren relatief belangrijker moet zijn geweest dan de omliggende dorpjes, als Asch, Erichem, Tricht en Buurmalsen. In die tijd begint ook de aanleg van de wallen en grachten, die ten dele behouden zouden blijven tot in onze tijd.

 

De bouwer van de stadskerk

Nog een zeer belangrijk besluit van deze Ridder Alard dient vermeld te worden. Hij weet in 1395 van de bisschop van Utrecht gedaan te krijgen, dat het Mariakapelletje van Buren tot parochiekerk wordt verheven. Buren behoorde voordien tot de parochie van Erichem. Als hij deze toestemming eenmaal heeft, begint Alard meteen plannen te maken om van dit Mariakapelletje een echte stadskerk te maken en wel een hallenkerk, zo mogelijk zelfs een drie-hallen-kerk.

Dat hij deze toestemming weet te bereiken, is een bewijs te meer, dat Ridder Alard een invloedrijk man moet zijn geweest. De bisschop Frederik van Blankenheim wilde de macht van Utrecht graag ver ten zuiden van de grote rivieren uitbreiden.

 

Niet altijd: zo vader, zo zoon

In 1398 sterft Alards zoon en in 1409 legt Alard - na 42 jaar - zijn functie neer. Kleinzoon Willem volgt hem op, maar deze heeft niet de capaciteiten van de grootvader. In de strijd tegen bisschop Frederik kiest Willem de verkeerde partij.

In feite ging het om het opdringen van het geslacht Egmond tegen te gaan. Maar Frederik van Egmond is in 1472 de Heer van Buren (en Leerdam) en op 24 juli 1498 worden Buren en Leerdam door Keizer Maximiliaan verheven tot zelfstandige rijksgraafschappen. Ze blijven dit tot de Franse bezetting in 1795, dus 300 jaar.

 

Een korte glorietijd

Alle misère tussen 1409 en 1472 heeft Buren geen goed gedaan. Er zijn grote verwoestingen aan stad en kasteel geweest. De plannen voor de drie-hallen-kerk zijn slechts ten dele uitgevoerd: twee hallen en twee koren zijn gebouwd, de derde hal en het derde koor zullen er nooit komen.

De Heeren van Egmond ontwikkelen zich tot belangrijke bestuurders, die zeer lucratieve nevenfuncties vervullen als stadhouders en legeraanvoerders in keizerlijke dienst. Zij laten het kasteel van Buren schitterend restaureren en vergroten. Hun kasteel krijgt een sterke omwalling en de verdedigingswerken om de stad worden aangepast aan de nieuwe aanvalswapens.

Als in 1539 de zoon van Floris, Maximiliaan, graaf va Buren is geworden, beleefft Buren zijn glorietijd. Deze zeer rijke graaf Maximiliaan huwt een Waalse gravin, Françoise de Lannoy. Haar vader was onderkoning va Napels geworden.

Maximiliaan ging echter niet op zijn lauweren rusten. Hij voerde de legers van Karel V aan in de strijd tegen de "Moren" in Spanje en nam deel aan veldtochten in Duitsland. Hij werd stadhouder van Groningen, Friesland en Overijssel. Kortom een zeer groot man.

Zo machtig is hij, dat hij met succes een voorstel kan doen aan Keizer Karel V, om zijn enige dochter Anna een huwelijk te doen aangaan met Willem van Nassau, een naaste medewerker van de keizer, die kort te voren prins van Oranje was geworden. Beide huwelijkskandidaten sluiten hun huwelijk op 8 juli 1551 in de parochiekerk van Buren met grote luister. Hun huwelijk wordt door de aartsbisschop van Keulen ingezegend.

Deze echtverbintenis betekent, dat de macht en het fortuin van twee zeer rijke families bijeen wordt gebracht: die, welke werden opgebouwd door de drie graven van Egmond-Buren te weten Frederik, Floris en Maximiliaan en die van de familie Nassau, waarvoor oudoom Engelbert, door zijn huwelijk met Johanna van Polanen, in 1403 de basis had gelegd.

Alles kan dan in Buren. Er wordt een stadhuis gekocht en verbouwd (1554), de kerktoren moet hoger worden (1540) en aan de verfraaiing van het kasteel worden vermogens besteed (1535 en 1539).

 

Sic transit gloria….

Het is bijna onverklaarbaar hoe deze glorie in enkele tientallen jaren in de grootste ellende kon verkeren. De feiten zijn zeer bekend.

Willem en Anna gaan na hun huwelijk terstond naar Breda’s grootste kasteel. Willem wordt betrokken in "nationale activiteiten". Buren ziet zijn kasteelbewoners nauwelijks meer. Als Anna in 1558 - nog geen zeven jaar na haar trouwdag - sterft, wordt zijn in Breda begraven.

De Spaanse troepen nemen in 1575 stad en kasteel in. Er breekt brand uit en bijna de gehele, toen nog houten stad, brandt "als de hel". (vandaar de naam Rode hel(den)straat). Het kasteel wordt verwoest, de St. Lambertuskerk verliest het noorderlijke koor en de gewelven en brandt uit. Een puinhoop blijft achter.

Buren is de noodlottige klap nooit meer te boven gekomen. De kleine agrarische bevolking had de middelen niet. En het partisanenleger, dat onder Willem’s leiding de opstand tegen de Spaanse heerser aandurft, moet uit privé-middelen, gefinancierd worden. En daartoe zijn zelfs Willem’s rijkdommen ontoereikend.

Wij weten, dat na twee jaar de molen weer draait, een elementair ding in de voedselvoorziening. De St. Lambertuskerk wordt zeer provisorisch dichtgemaakt - bij de restauratie in 1979 vond men nog sporen van de kerkenbrand - en de toren krijgt een tijdelijk dak. Ook aan het kasteel wordt een en ander gedaan. Maria, de dochter van Willem en Anna, komt na de moord op haar vader op het kasteel wonen. Zij woont er, tot zij in 1596 eindelijk trouwt met haar "jeugdliefde", Philips van Hohenlohe. Aanvankelijk wonen zij in Delft, maar gaan al spoedig naar de Betuwe terug en wonen afwisselend in IJsselstein en in Buren.

 

Het pronkstuk van Buren

Deze Maria van Oranje-Nassau heeft het stadje Buren verrijkt met het Weeshuis. De bouw begint in 1612 op de plaats, waar eerder een Franciskaans "begijnhof" heeft gestaan: het convent van Sint Barbara, dat bij de brand van 1575 verwoest was. Het is bouwkundig een schoonheid, maar het is sociaal bezien ene bewijs van de maatschappelijke bewogenheid van deze Oranje-dochter, die zelf door een te laat huwelijk (om familie-rechterlijke redenen) het moederschap moest ontberen.

Het Weeshuis bleef gedurende 350 jaar als zodanig functioneren. In 1972 deden gewijzigde inzichten de gestichtszorg omzetten in gezinsplaatsing. Sindsdien is het gebouw Museum van de Koninklijke Marechaussee.

 

 

Vergetelheid

Buren zakte weg in de vergetelheid van zoveel plattelandsplaatsjes. Het bestuur werd overgelaten aan Drosten, gewichtige ambtenaren, maar geen trendsetters. Buren versleet en verarmde. De klap viel, toen de Farnse bezetter in 1795 het graafschap ophief. Het kasteel werd als "vijandelijk vermogen" verkocht voor afbraak. Alleen de fundamenten in de grond van het park resteren. Nu ligt er een voetbalveld….

De negentiende eeuw, waarin zoveel genadeloos uit het verleden werd opgeruimd, zou de stad Buren ook nog van zijn wallen hebben beroofd, ware het niet, dat men – in de schrik van de grote overstromingen – ene deel van de wallen als "vluchtheuvel" behield.

De St. Lambertuskerk, eigenlijk een veel te mooie en te kostbare kerk voor zo,n kleine en verpauperde gemeenschap, kreeg niet meer dan het noodzakelijkste onderhoud. Wel kreeg de kerk - evenals te Leerdam - in 1852 een Bätz-orgel.

 

Monument

Gelukkig weet Buren - geholpen door Monumentenzorg - in de zeventiger jaren van de 20ste eeuw juist nog op tijd gebruik te maken van de explosie van de interesse voor geschiedenisstudie. De welvaart, die er dan nog juist is, wordt benut om vele panden deskundig te restaureren. De krottenbuurt rond het Jodenkerkplein met zijn prachtige Muurhuizen, wordt ene plein om te mijmeren. Alleen dit pleintje is een bezoek aan Buren meer dan waard.

En de kerk wordt in een vijf jaar durende uiterst zorgvuldige restauratie hersteld tot een devoot, sfeervol Godshuis.

 

A. Groothuis

 

Jaargang 2 nr. 3