BOUWSPOREN (1) - HET OUDE RAADHUIS

 

 

Bouwsporen zijn gegevens in of aan een gebouw die de bouwhistoricus handvaten biedt om materialen en constructies te dateren en daarmee ook de bouwgeschiedenis te reconstrueren. Het is niet alleen de bouwhistoricus die met bouwhistorisch onderzoek bouwsporen aantreft. Wie goed naar gebouwen kijkt, kan tal van bouwsporen vinden. Sporen die iets verraden over de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebouw.

 

Ter illustratie is hiernaast een foto afgebeeld van een bakstenen gevel met tal van bouwsporen. Een groot aantal dicht gemetselde openingen van verschillende tijdsperioden, een grote diversiteit aan baksteenformaten, bouwnaden, enz.

 

Deze eerste aflevering gaat over een bouwspoor dat in de voorgevel van het Oude Raadhuis van Leerdam aanwezig is.

 

Stopstukken

 

Afhankelijk van de technische mogelijkheden werden in de achter ons liggende eeuwen de vensterindelingen dikwijls aangepast aan de heersende mode. Van kruiskozijnen met glas-in-lood in de 16de-eeuw tot aan de gevelvullende glaspuien van de 21ste-eeuw. De vormgeving van vensters kent een ontwikkelingsgeschiedenis. Deze geschiedenis is nauw verbonden, of eigenlijk een gevolg van, de wijze waarop glas kon worden gefabriceerd.

 

Hoewel de kreet ‘stopstukken’ geen officiële benaming is, is deze als vaktaal wel ingeburgerd binnen de wereld van bouwhistorici en restauratiedeskundigen. Stopstukken zijn op maat gemaakte houten passtroken, aangebracht in de dagkant van een kozijn. Ze vullen de ontstane sleuven bij de wijziging van de vensterindeling.

 

Om de kreet ‘stopstukken’ duidelijk te maken wordt een zo’n stap in de ontwikkelingsgeschiedenis van het venster nader toegelicht. Stel u voor een pand dat in 1790 gebouwd wordt, met in de gevels schuifvensters. Bovenin bevindt zich een vast raam, onder een schuifraam (venster A). Beide ramen zijn drie ruitjes breed en twee ruitjes hoog. Zo’n vensterindeling wordt kort aangeduid met 3x(2+2). In 1820 wordt dit pand verkocht en de nieuwe eigenaar wil een vensterindeling hebben, aangepast aan de heersende mode van 1820 (venster B). De kozijnen blijven gehandhaafd, maar de ramen worden vernieuwd. Het nieuwe raam bestaat uit een vast bovenraam van twee ruitjes breed en een ruitje hoog en onder een schuifraam van twee ruitjes breed en twee ruitjes hoog, 2x(1+2). Als u beide varianten naast elkaar plaatst (zie geschetste vensters) en u houdt in gedachten dat zowel het onder- als bovenraam in de sponning van het kozijn valt, dan ziet u wat er gebeurd. Er ontstaat een gat in de dagkanten van de kozijnstijlen waar geen raamhout meer aanwezig is, omdat het bovenraam kleiner is geworden (maat x). Dan zijn er twee mogelijkheden, of het bovenraam wordt evenals het onderraam uitgevoerd als schuifraam, of de ontstane gaten worden dichtgezet met ‘plakjes’ hout, de zogenaamde ‘stopstukken’.

 

De raamkozijnen in de voorgevel van het Oude Raadhuis hebben stopstukken. Naast de stopstukken is aan de binnenzijde van het Oude Raadhuis nog een bewijs aanwezig dat de huidige vensterindeling niet de oorspronkelijke is. De binnenluiken bestaan uit een vierdeling die niet correspondeert met de huidige vensterindeling.

 

Wanneer men stopstukken aantreft, kan dat een aanwijzing zijn dat de huidige vensterindeling niet die van de bouwtijd van het pand is. Zo’n stopstuk vormt dan een bouwspoor. In combinatie met andere bouwsporen kan iets gezegd worden over de datering van gebouwen of gebouwonderdelen.

 

Bovenstaande beschrijving is de eerste aflevering van een nieuwe rubriek in dit verenigingsorgaan. De rubriek gaat over bouwsporen die in Leerdam aangetroffen zijn en voor iedereen afleesbaar is. Althans, wanneer men daar oog voor heeft.

 

Met deze rubriek wordt gepoogd om de lezers van het verenigingsorgaan aan te zetten zelf actief op zoek te gaan naar bouwsporen en om u van informatie te voorzien om bouwsporen te kunnen lezen.

Als u bouwsporen vindt en/ of aanvullingen hebt op de informatie in deze rubriek, dan kunt u deze mailen naar onderstaand emailadres. Dan kan daarover in volgende nummers aandacht aan gegeven worden. Graag mailen met foto en adres.

 

1.

Vermeldenswaardig is dat aan de hand van deze en nog andere bouwsporen in de voorgevel van Het Oude Raadhuis door ondergetekende vermoed wordt dat het pand in vroeger dagen (vóór 1800) een verdieping lager is geweest.

 

Oproep

 

U wordt uitgedaagd om in uw (naaste) omgeving of zelfs in uw eigen woning op zoek te gaan naar stopstukken en de gevonden ‘stopstukken’ te mailen.

 

Is er iemand die met (beeld)materiaal kan aantonen dat het Oude Raadhuis lager is geweest?

 

Aanbevolen literatuur

 

Stenvert, Ronald en Tussenbroek, Gabri van (eindred.) Inleiding in de bouwhistorie. Opmeten en onderzoeken van oude gebouwen (173-181). 2e druk, maart 2009. Uitgeverij Matrijs, Utrecht.

 

Janse, H. Vensters. 1971. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Amsterdam.

 

@

W.G. van Reenen |

willard@wgvanreenen.nl | versie: 9/3/2011

 

               

Afbeelding 1: gevelfragment aan de zuidkant van het zuider transept van de Domkerk te Utrecht.

Opnamedatum: 23.07.2004.

                           

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

Jaargang 29, nr. 2