DS. W.A. BACHIENE, EEN 18-EEUWSE LEERDAMMER EN GEOGRAAF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lederdam of Leerdam is merkelyk grooter dan Buuren en zelfs (dit mag ik, ter eere myner Geboorteplaats zeggen) de talrykste der geheele Klassis Buuren.

W.A. Bachiene, Kerkelyke Geographie der

Vereenigde Nederlanden. Amsterdam 1769

 

Willem Albert Bachiene werd op 24 november 1712 in Leerdam geboren. Zijn vader Ds. Johan Bachiene was in hetzelfde jaar vanuit Deil tot predikant van de Hervormde Gemeente van Leerdam beroepen. (1)

Lang heeft Willem Albert niet in Leerdam gewoond. Op 27 september 1718 – Willem Albert was nog geen zes jaar – overleed zijn vader. Zijn moeder Geertruid van Cothen is spoedig daarop met haar drie kinderen – Johan Hendrik, Willem Albert en een dochtertje – naar Tiel vertrokken. (2)

Toch moet, te oordelen naar de passage uit de Kerkelyke Geographie, die Ds. Bachiene vijftig jaar na zijn vertrek uit Leerdam schreef, de herinnering aan zijn geboorteplaats hem steeds zijn bijgebleven.

 

Tiel – Utrecht – Namen

In Tiel bezocht hij de latijnse school. (3) Het was geen bloeiende onderwijsinstelling. Er waren slechts twee docenten en een vijftal leerlingen, maar de docenten waren voor hun taak berekend. Voor de klassieke talen kreeg hij les van de bekwame Johannes Petrus Pronck. In het laatste schooljaar heeft hij waarschijnlijk les gehad van d ebekende Johannes Christophorus Struchmeyer, die op 1 november 1730 hoogleraar aan de Hogeschool te harderwijk is geworden. (4)

In 1729 – Willem Albert was nog geen zeventien jaar – vertrok hij naar Utrecht om opgeleid te worden tot het ambt van predikant. Daar volgde hij o.a. de colleges van de bekende Johannes van den Honert. (5)

Op 1 september 1733 werd de jonge Bachiene toegelaten tot de Dienst des Woords. Bij die gelegenheid hield hij een preek over Johannes 3: 36. Op 11 maart 1736 werd hij door zijn broer Johan Hendrik als garnizoenspredikant van de Hervormde Gemeente van Namen bevestigd.

Na de vrede van Utrecht, die in 1713 een eind maakte aan de Spaanse Successieoorlog, had de Republiek het recht gekregen garnizoenen in een aantal steden in de Zuidelijke Nederlanden, o.a. in Namen te leggen. Voor de geestelijke verzorging van de daar gelegen manschappen en hun gezin werden door de Heeren Raden van State predikanten aangesteld. Ds. Bachiene heeft de gemeente van Namen twee jaar gediend, Tijdens zijn verblijf in het Zuiden trouwde hij met Engelberta Elizabeth van Minninghen, dochter van Mr. George Godefried van Minninghen, rechter van den Tieler- en Bommelerwaard, en van Catharina van Bijstervelt. Lang zijn ze niet in Namen gebleven.

 

Kuilenburg

Op 11 mei 1738 werd Ds. Bachiene (opnieuw) door zijn broer in Kuilenburg bevestigd. Ds. Bachiene was - evenals zijn broer - een zeer gezien man. Hij besteedde naast de zorg voor zijn gemeente veel tijd aan de studie en hij had zich inmiddels tot een goede kanselredenaar ontwikkeld. Als afgevaardigde van de Classis Buren woonde hij verscheidene malen de vergaderingen van de Zuid-Hollandse Synoden bij.

Op 1745 kreeg hij het vererend verzoek de Synode die in Gouda werd gehouden met een "aanspraak" in te leiden. De preek die Ds. Bachiene over Jesaja 30: 20 en 22 hield, maakte diepe indruk op de aanwezigen en "was seer gepast in dese droeve tijden".

In 1740 was de Oostenrijkse Successieoorlog uitgebroken. De Heeren Regenten probeerden angstvallig buiten de oorlog te blijven. Franse troepen waren echter de Zuidelijke Nederlanden bunnengevallen. De Barrièresteden die de Republiek tegen de aanval van Frankrijk zouden moeten beschermen, werden zonder slag of stoot door de Fransen ingenomen. Men vroeg zich angstig af of ons land evenals in 1672 door de Fransen onder de voet zou worden gelopen. In de

 

aanspraak had Ds. Bachiene zijn toehoorders op gepaste wijze een hart onder de riem gestoken: "De Dienaar des H. Woords tot Cuylenburg (had) net veel wijsheid en kragtig op het gemoed gewerkt, tot volkomen genoegen van alle de Leeden; waar voor syn Eerw. Door den Heer praeses, uijt naam van alle de Leeden, des namiddags nadrukkelijk is bedankt geworden, met toebidding van des Heeren veelvoudigen zeegen, over sijn Eerw. Persoon, H. dienst en Familie tot in lengte van dagen", aldus de Acte van de synodale vergadering.

Vijf jaar later - in 1750 - heeft de Weleerw. Heer scriba D. Bachiene ter afsluiting van de Synode die te Woerden werd gehouden een afscheidsrede uitgesproken. Ook nu "betuyden de gesamentlike leden van de hoge kerkvergadering hun uiterste genoegen; spraeken niet dan met lof, so van den persoon van desen Weleerw. en doorgeleerde Heer, als over sijne schriftelicke, doorwrogte, cierlike en gemoedelijke leerreden, waer bij de tong van een wakkeren schriftgeleerde (wiens penne ook vaerdig was en aen alle voldoende in alles) gehoort was onder aller stigtinge / elk en een igelijk erkende met danksegging het goede dat hij gehoord had".(6))

Maar ook het werk in de gemeente had zijn volle aandacht. Van 22 april tot 10 november 1748 dees Ds. Bachiene dienst als legerpedikant in Breda. Deze tijdelijke aanstelling hield ongetwijfeld verband met het verblijf van extra Staatse troepen die wegens de Franse dreiging in Brabant en Limburg waren samengetrokken. Gelukkig maakte in hetzelfde jaar de Vrede van Aken een einde aan de oorlogsdreiging. De in dienst genomen troepen werden ontslagen en Ds. Bachiene kon naar zijn gemeente en zijn studeerkamer in Kuilenburg terugkeren.

Naast de theologie hadden de aardrijkskunde en de sterrenkunde zijn bijzondere belangstelling. Tussen 1745 en 1751 verscheen bij Nicolaes Goetzee te Gorinchem een Folio Bijbel waarin nieuwe (verbeterde) landkaarten van het Heilige Land waren opgenomen. Ds. Bachiene had de kaarten verzorgd en van een duidelijke toelichting voorzien. In de wereld van de wetenschap bleven de activiteiten van de geleerde theoloog niet onopgemerkt. Op 21 augustus 1758 werd hij tot lid van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem benoemd. Maar ook leed werd hem niet bespaard, op 7 februari 1760 overleed zijn vrouw die hem drie kinderen had geschonken. Ze was pas 44 jaar.

 

Maastricht

Na de Hervormde Gemeente van Kuilenburg ruim twintig jaar gediend te hebben, vertrok Ds. Bachiene op 3 juni 1759 naar Maastricht, waar hij op 10 juni zijn intree deed. De tekst van zijn intreepreek was Lucas 6: 47 en 48.

In Maastricht trouwde hij op 28 december 1761 met Cornelia Duvergée, dochter van een kolonel van de infanterie. Ondanks de vele beslommeringen die het werk in een nieuwe gemeente nu eenmaal met zich mee brengt, werd de studie niet verwaarloosd. Bovendien kreeg hij er een nieuwe taak bij. Op 6 november 1764 aanvaardde hij het ambt van Ordinair Professor in de Astronomie en Geographie aan de Gereformeerde Illustre-School, die te Maastricht was gevestigd. (7) Het docentencorps van de Ilustre-School werd voornamelijk gerecruteerd uit de plaatselijke predikanten, die daarvoor min of meer waren geselecteerd.

Ds. Bachiene was hier geheel op zijn plaats. Hij was een buitengewoon belezen man. Door zijn grote belezenheid was hij goed thuis in de geografische wetenschap van zijn tijd. Vanaf zijn prille jeugd had hij zich voor aardrijkskunde geïnteresseerd. "Hij las er veel over en daardoor had hij reeds een tamelijke kennis van de ligging en grootte der Landen, van de Rivieren en Steeden verkreegen. Maar nadat hij eenige vorderingen in de sterrenkunde gemaakt had, werd hem alles veel duidelijker, en hij ontdekte eigenlyke grondslagen deezer aangename en nuttige weetenschap. Vervolgens heeft hij overal waar de Goddelyke Voorzienigheid hem geplaatst heeft, telkens eenige uuren, welke hem van de waarneming van zynen H. Dienst overschooten, uitgekocht en besteed om de Jeugd in de Aardrijkskundige weetenschap te onderwijzen. Dit heeft hij begonnen te Namen; voortgezet te Kuilenburg, en ruim vijf jaars te Maastricht geoefend, wanneer het den Heeren Kuratooren van het Gymnasium Illustre in laatstgenoemde plaats, met toestemming der Heeren Gedeputeerde hunner Hoog Moogenden, behaagd heeft, hem met een openbaar Karakter in deezen te bekleeden en tot Hoogleeraar in de beide meergemelde Weetenschappen aantestellen". (8)

Ondanks zijn dubbele taak bleef Ds. Bachiene publiceren. Tussen 1765 en 1768 verscheen te Utrecht de Heilige Geographie of Aardrijkskundige beschrijving van het Joodsche land; alsmede der andere landen in de H. Schrift voorkomende. 3 Deelen met 12 Landkaarten.

In 1768 verscheen "Te Amsterdam. Bij DIRK ONDER de LINDEN, Bijbel- en Boekverkooper" Kerkelijke Geographie der Vereenigde Nederlanden, waarin Ds. Bachiene een beschrijving gaf van de "Synoden, Klassen en Gemeenten, der Hervormde Kerke, in ons Vaderland, met veele bijzonderheden: uit echte Stukken verzameld, en, benevens daartoe behoorende Landkaarten". Er volgenden nog drie delen, resp. in 1769, 1770 en 1773. (9) In 1769 verzorgde hij een nieuwe uitgave van J. Hubners Algemeene Geographie, die uit zes delen bestond.

Toen stadhouder Willem V in juni 1771 Maastricht bezocht, viel Ds. Bachiene de eer te beurt Zijne Doorluchtige Hoogheid namens de afgevaardigden der Classis van Maastricht en Landen van Over Mase toe te mogen spreken.

Ds. Bachiene zette in 1773 zijn reeks publicaties voort met Beschrijving der Vereenigde Nederlanden in vijf delen. In 1780 verscheen zijn Nieuwe Kerkelijke Geographische Zak- en Reis-Atlas der Vereen. Nederlanden alsmede de landen der Generaliteit in 13 kaarten.

Ook in Maastricht bleef leed hem niet bespaard. Op 23 oktober 1776 overleed zijn vrouw Cornelia Duvergée. Op 29 september 1782 hertrouwde hij met Clara van IJsendoorn, weduwe van Ds. J.H. Panneboeter.

Hoewel zijn gezondheid achteruit ging, werkte Ds. Bachiene gestadig verder. Tot hij bedlegerig werd. Na een langdurig ziekbed overleed hij op 6 augustus 1783 aan de rode loop (dysenterie), een in die tijd veel voorkomende ziekte.

In een artikel dat naar aanleiding van zijn dood in het letterkundig en wetenschappelijk tijdschrift De Boekzaal der geleerde wereld verscheen, stelde de schrijver dat Ds. Bachiene "door zijn uitgegeven schriften in de geleerde Waereld eenen grooten naam heeft verkregen". En hij besluit: "Wij mogen, zonder eenige vleitaal, hem dit getuigenis geven, dat hij een gaarn getrouw Godsknecht was, welke met Leer en leven beide, stichte; een ijverig Voorganger in Gods Huis, een wakker Evangelie Gezant, een waar Menschenvriend; een oprecht, nederig en zagtmoedig Christen". (10)

 

Noten:

1. Hij werd op 29 mei 1712 door Ds. N. Santvoort, predikant te Leerdam, bevestigd. In 1727 ging Ds. Santvoort om gezondheidsredenen met emeritaat.

2. Geertruid Bachiebe - van Cothen zal niet onmiddellijk na de dood van haar man uit Leerdam zijn vertrokken. Predikantsweduwen konden na de dood van hun echtgenoot nog een jaar aanspraak maken op het volle salaris en de daarbij behorende emolumenten. De predikanten van de ring moesten gedurende die periode de diensten van hun overleden collega om niet waarnemen (Annus gratiae).

3. Zijn oudere broer Johan Hendrik (Deil 22 maart 1708 – Utrecht 23 augustus 1789) werd na de Latijnse school te Tiel en de Universiteit van Utrecht bezocht te hebben, op 22 juli 1731 predikant te Driel, vervolgens te Almelo, Amersfoort, Middelburg en Utrecht. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan. Zijn zoon Philip Jan (Amersfoort 1750 – Utrecht 1797) was Hoogleraar in de Godgeleerdheid te Utrecht.

4. Voor de geschiedenis van de Latijnse school te Tiel zie: R. Bastiaanse, H. Bots, M. Evers, Een onderzoek naar zeventien Gelderse Latijnse Scholen, Zutphen 1985, pp 72 – 92.

5. Johannes van den Honert (H.I. Ambacht 1693 – Leiden 1758) is predikant geweest in Katwijk aan de Rijn, Enkhuizen, Haarlem. In 1727 werd hij in Utrecht Hoogleraar in de Godgeleerdheid, later ook in de Kerkgeschiedenis. In 1734 vertrok hij naar Leiden, waar hij Hoogleraar in de Godgeleerdheid, Kerkgeschiedenis en Kanselwelsprekendheid is geweest.

6. De twee Leerredenen zijn door Nicolaes Goetzee in Gorinchem uitgegeven: De Christelijke Synodus van Zuyd-Holland, geopend of gesloten door twee Leerredenen, te Gouda den 6den Julij 1745 tot opening van dezelve, en de andere tot sluiting te Woerden 1750, Gorinchem 1751.

7. De Oratio Inauguralis getiteld: "de Arctissimo connubio Astronomiae et Geographiae, et subsidiis, quae Astronomia Geographiae offert ad ejus progressum" die Ds. Bachiene in de St. Janskerk in Maastricht heeft uitgesproken, is in het daaropvolgend jaar in Utrecht in druk verschenen.

8. Ontleend aan de inaugurele rede van Ds. Bachiene.

9. In deel II (1769), pp 150, 151 geeft Ds. Bachiene van zijn geboorteplaats Leerdam en de daarbij behorende dorpen Schoonrewoerd en Acquoy de volgende beschrijving:

Tot den Leerdamschen Ring behooren de Stad; en niet meer dan twe Dorpen

De Stad ligt, aan de Lingen, ter plaatse, waar een Vliet, die van het vervallen Slot Lede of Leé, voortkomt, in dezelve uitwaterd; naar welke zy haaren naam, van Lederdam of Leérdam, schynt ontvangen te hebben. Zy is merkelyk grooter, dan Buuren. En, desgelyks, genoegzaam geene Roomsche Ingezetenen hebbende, is, daardoor, de Gemeente, naar gelang van haare grootte, zeer talryk: en zelfs (dit mag ik, ter eere myner Geboorteplaats, zeggen) de talrykste der geheele Klassis: te meer, deweyl, behalven de eigen Inwooneren der Stad, ook veele Ledemaaten van buiten, in de omliggende Buurtschappen, mede daartoe behooren: uit welke Buurtschappen, sommigen tot Leden des Kerkeraads verkooren worden: het welk maakt, dat Leerdam ook eene veel talryker Kerkenraad heeft, dan eenige der andere Gemeenten. De twe Predikanten dezer Gemeente hadden eertyds, eenen zwaaren Dienst; dewyl zy, behalven, ten elken dag des Heeren, ook in de week, twe Predikbeurten, door ’t gansche jaar, moesten waarnemen. Doch, sedert weinige jaaren, is deze weekelyke Dienst, tot ééne beurt, bepaald.

De twe Dorpen dezes Rings zyn: SCHOONREWOERD, doorgaans Schoonderwoerd genoemt: een aanzienlyk Dorp, met eene talryke Gemeente: en ACQUOY, eene Baronnie op zich zelve; doch, aan "t Graafschap Léérdam, daarna, ingelyft: in welke laatste, veele Roomschgezinden woonen: die, echter, geene eigen Kerk hebben; zynde verplicht, in het naby gelegen dorp Renoy, hunnen Godsdienst te verrichten. En, is dit Dorp daardoor aanmerkelyk: dat de vermaarde Kornelis Jansz. (Jansenius,) ’t Hoofd der Roomschgezinde Sekte der Jansenisten, die, in 1585, als Bisschop van Yperen, gestorven is, aldaar, het eerst waereldslicht aanschouwd heeft.

10. Na zijn dood verscheen nog: Beknopte Beschrijving nevens eene nauwkeurige kaart der Oostenrijksche Nederlanden, Amsterdam 1785. Geographische en historische Beschrijving van Staats-Vlaanderen en Staats-Braband, Amsterdam 1794.

 

J.A. de Wit

Jaargang 10, nr. 2