APOTHEKEN EN APOTHEKERS IN LEERDAM (3-12)

 

 

                                 

 

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 3)

 

Vorige keer hebben we gezien dat veel belangrijke gegevens (ook over apothekers) te vinden zijn in de rechterlijke archieven. Ter illustratie dient de volgende geschiedenis.

Uit een register van notulen van het gerecht van Leerdam van 1795-1805 blijkt dat dinsdag 16 juni 1801 in de vergadering van het Comité van Justitie der stad Leerdam een request aan de orde kwam van Mr. Wilhelmus van Dam van Irhoven woonachtig in ’s-Gravenhage. Deze berichtte bij zijn broeder Adriaan van Dam woonachtig in Leerdam duidelijke sporen van krankzinnigheid te hebben vernomen, evenwel te weten, dat zijn broeder zijn huis en zijn zaken in de steek had gelaten, en verbond daaraan het verzoek tot curators en sequesters over zijns broeders boedel aan te stellen de burgers A. de Jong, lid van de gemeenteraad van Leerdam, en Willem Pernis, procureur te Vianen, tevens voor het gerecht van Leerdam.

Woensdag 17 juni 1801 heeft het Comité van Justitie het genoemde request afgewezen, omdat de crediteuren van A. van Dam bezwaar maakten. Bovendien werd overwogen, dat bij het request geen attesten van krankzinnigheid waren overgelegd.

Een week later, woensdag 24 juni 1801 wordt door het Comité van Justitie een nieuw request behandeld, nu van de zijde van de crediteuren van Adriaan van Dam "apothecar, gewoond hebbende alhier". Zij verzoeken bij wijze van voorlopige voorziening sequesters aan te stellen over de boedel van A. van Dam. Het Comité van Justitie besloot dien conform en stelde aan tot "provisonele sequesters in den boedel en goederen van Adriaan van Dam de burgers W. Pernis procureur te Vianen en E.L. Musquetier, secretaris alhier". Deze kregen volmacht hiervan door advertentie in de couranten kennis te geven en daarbij Adriaan van Dam een termijn van zes weken te stellen om "tot zijn huys en beroep terug te keeren en order op zijne zaeke te stellen". Geeft hij daaraan geen gevolg, dan zullen andere maatregelen in het algemeen belang der gezamenlijke crediteuren moeten volgen.

De sequesters togen aanstonds aan het werk met als resultaat een "Staat en inventaris van den verlaaten boedel van Adriaan van Dam van Irhoven geweest zijnde Apothekar te Leerdam gedaan maken en instellen bij Willem Pernis en Engelbert Lodewijk Musquetier in qualiteyt als door het Comité van Justitie aangestelde sequesters in de voorsz. Verlatene boedel ingevolge appointment staande op de requeste den 24e Juny 1801 door crediteuren van opgemelde boedel aan ’t voorn. Comité van Justitie gepresenteerd ende zulks op aanwijzing van Mejuffrouw Maria van der Monde welke als Huyshoudster of vriendinne bij gemelde Adriaan van Dam van Irhooven was woonende". De inventaris is "gedaen en gepasseerd binnen Leerdam ten overstaan van Antonie Vervooren, schout, Jan Willem Strickling en Willem van Stenbergen, scheepenen deezen 26e Juny 1801". De schout en beide scheepenen hebben er hun handtekening onder gezet benevens nog een derde schepen als plaatsvervangend secretaris. Deze inventaris is van belang voor de geschiedenis van de farmacie; de inrichting van de apotheek blijkt eruit, evenals het boekenbezit van de apotheker. Bij de boedelpapieren bevindt zich o.a. een "Notitie van geleverde drogerijen en chemicaliën aan Adr. Van Dam van Irhoven te Leerdam door Hs. Sluijterman Chimist te Utrecht" op de Markt of Breedstraat te Leerdam ten zuyde naast geërft het oude stadhuis en ten noorden Gerrit Droogleever Pz".

 

Begrijpelijkerwijze was Mejuffrouw van der Monde, die in 1799 als vriendin bij de apotheker in huis was komen wonen, enigszins beducht voor eigen goederen, die in een afzonderlijke rubriek van de inventaris waren opgenomen. Zij wenste, dat de sequesters last zouden krijgen "om aan haar derzelver eigendommelijke goederen zoo van kleederen als meubilen en andere bij dien inventaris specificq gespecificeerd te extradeeren en laten volgen". Het Comité van Justitie stond dit verzoek maandag 3 augustus 1801 toe, maar Mejuffrouw van der Monde moest eerst een eed afleggen, dat de betrokken goederen haar inderdaad in eigendom toebehoorden. Donderdag 13 augustus neemt het Comité van Justitie een nieuwe beslissing: de sequesters in de verlaten boedel van A. van Dam worden op hun verzoek tot curators aangesteld.

Nu kan de verdere afwikkeling van de boedel plaatsvinden. Het huis, tuin met tuinhuis, apothekerswinkel, roerende goederen, alles wordt verkocht. Daarbij brengt de apothekerswinkel 850 gld. Op. In totaal komt na aftrek van kosten een bedrag beschikbaar van 2759 gld. 18 stuivers. Dit blijkt uit de rekening door de curators aan het Comité van Justitie overlegd op 27 augustus 1802 in aanwezigheid van crediteuren, voor zover die aan de desbetreffende oproep in de Haarlemse en Rotterdamse couranten van 27 en 31 juli alsmede van 3 aug. Tevoren gehoor hadden gegeven. Deze rekening is door schout en schepenen, door de curators en een loco-secretaris ondertekend. Dezelfde dag wordt het vonnis geveld waarbij de beschikbare gelden tussen de crediteuren worden verdeeld.

 

Jaargang 20, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 4)

 

In een vorig artikel (december 1998) beschreven we dat apotheek "In den Vijzel" in juli 1924 werd opgeheven.

De "Leerdamsche Apotheek", directeur G.H. Pellikaan, opende op 1 maart 1921 zijn deuren met mej. J.C. de Leeuw als beherend apotheker; deze vertrok eind december 1921 en werd opgevolgd door mej. Ch. Heintz. Dan ontbreken nadere gegevens tot we de apotheek in

September 1922 op Markt 10 aantreffen, het huis naast het onlangs gerestaureerde pand met de gevelsteen van de "Hollandse tuin".

Onlangs ontdekte ik dat in de telefoongidsen vanaf juli 1922 de volgende vermelding voorkomt: "Apothekers Vermet & Baert, Markt 10, telefoonnummer 84". Vanaf juli 1926 wordt dit gewijzigd in: "Apotheek, Leerdamsche, Markt 10".

 

Om nu na te gaan wat er gebeurd is, duiken we even in een stukje geschiedenis. In 1901 komt, na veel parlementaire strijd, de eerste ongevallenwet tot stand. Deze wet had alleen betrekking op die bedrijven die, naar het oordeel van de werkgevers, een groter gevaar inhielden dan als normaal kon worden beschouwd. Zij garandeerde niet alleen een geldelijke uitkering aan de slachtoffers en hun eventuele nabestaanden, maar voorzag ook in de kosten van noodzakelijke genees- en heelkundige hulp. Deze hulp omvatte de gehele behandeling die noodzakelijk was voor herstel en de verstrekking van farmaceutische hulp bij blijvende invaliditeit.

Uit het feit dat in de ongevallenwet 1901 ook een recht op geneeskundige behandeling werd opgenomen, blijkt dat de regering er destijds van uitging dat niet alle arbeiders een ziekteverzekering hadden gesloten. In Leerdam waren de omstandigheden echter anders. Bij de glasfabriek Leerdam waren in die tijd alle arbeiders en hun gezinsleden reeds aangesloten bij het zieken- en ondersteuningsfonds van het bedrijf; ook bij houthandel Varsseveld waren de personeelsleden en hun gezinnen in een bedrijfsfonds opgenomen. Na de 1e wereldoorlog kwam nog een ander ziekenfonds tot stand voor de andere bedrijven en voor kleine zelfstandigen. Zo waren er in 1920 drie ziekenfondsen waarin 80 à 85 % van de bevolking was opgenomen.

 

En nu weer terug naar ons eigenlijke onderwerp.

De Leerdamsche Apotheek kwam tot stand door initiatieven uit de bovengenoemde drie plaatselijke ziekenfondsen (Ziekenfonds van de Witglasfabriek, Ziekenfonds Varsseveld en het Centraal Ziekenfonds), alsmede door het werk van twee Tielse apothekers, de heren J.J. VErmet en A.F. Baert.

 

Vóór de oprichting van de Leerdamsche Apotheek werden de zieken door hun huisartsen (de doktoren Hollweg en Reilingh) van medicamenten voorzien. De ziekenfondsen stonden op het standpunt dat dokter en apotheek gescheiden dienden te zijn en zij overwogen dan ook om tot oprichting van een eigen apotheek te komen. Toen bleek dat dokter Hollweg met de Tielse apothekers Vermet en Baert overleg pleegde over de overname van zijn apotheek wisten de partijen elkaar te vinden en kwam men tot de conclusie dat voor twee apotheken in Leerdam geen plaats zou zijn. Besloten werd toen om voor gezamenlijke rekening een apotheek te gaan exploiteren. Hoe er een eind kwam aan de Leerdamsche Apotheek in de Kerkstraat, die gekoppeld was aan de drogisterij van dhr. Pellikaan, is niet bekend, maar duidelijk is wel dat de betreffende apotheker, mej. Heintz de eerste apotheker werd in de nieuwe Leerdamsche Apotheek.

Na enige tijd werd besloten voor een Naamloze Vennootschap te kiezen; er werden statuten opgesteld en ter goedkeuring aan de minister voorgelegd. Op 11 september 1926 verscheen het Koninklijk Besluit van bewilliging op de ontwerp-statuten en op 13 oktober werd voor notaris De Jonge van der Halen de akte gepasseerd. Deze werd getekend door:

1. Johannes Hendrikus Pieter Soomer sr., glasmaker

2. Jan Kool Huigzoon, glasmaker

3. Wilhelmus Kloosterman, elektriciën

4. Rudolf Kaebisch, glasmaker

5. Gerrit Verbaan, glasmaker

6. Arie Rink, glasmaker

7. Pieter van Berk, glasslijper

Allen wonende te Leerdam; ten deze handelende als enige bestuursleden van het te Leerdam gevestigde ziekenfonds van het personeel der glasfabriek "Leerdam"en gezinsleden, en als zodanig dat fonds vertegewoordigde:

8. Jan Jacobus Vermet, en

9. Adriaan François Baert,

beiden apotheker te Tiel.

 

Uit de beginperiode van de apotheek is verder niet zo erg veel bekend. We weten dat werd begonnen in een klein winkeltje op de Markt, waar met de ruimte moest worden gewoekerd.

Het pand was geen eigendom, maar werd gehuurd van Gerrit Verspuy Joostzoon, koopman te Leerdam. Uit het huurcontract blijkt dat de huur F 20,= per week bedroeg. Tekeningen van de indeling van het pand zijn bewaard gebleven; er werd gewerkt in een ruimte van 25 vierkante meter en een kantoor van 5 vierkante meter.

De apotheker wordt terzijde gestaan door een mannelijke assistent, die begin 1930 wordt ontslagen omdat hij zich tegenover mej. Heintz onhebbelijk heeft gedragen en medicijnen niet volgens recept afleverde. Gelukkig wordt een nieuwe assistente gevonden en aan mej. Heintz wordt een cadeau gegeven van F. 25,= omdat zij het de afgelopen tijd niet gemakkelijk heeft gehad. Behalve een enkele advertentie vinden we in de plaatselijke krant vrijwel geen gegevens; alleen het volgende bericht is aangetroffen in "De Leerdammer" van 7 maart 1925:

 

"Woensdagavond liep het 12-jarige dochtertje van de heer D., wonende Hoogstraat, nadat ze in de apotheek op de Markt een flesch medicijnen had gehaald, naar huis terug. Op de hoek Markt-Hoogstraat bij den heer van D. sprong een hond, waarmee het kind bevrind was, tegen haar op, waardoor ze kwam te vallen, en zoo lelijk terecht kwam, dat ze een diepe snijwond in haar wang opliep. Hevig schreiend liep ze naar huis, waarna de moeder met haar terugliep naar de apotheek waar men voorlopig een hulpverband legde en een verdere behandeling door den geneeskundige raadzaam oordeelde."

 

Uit bewaard gebleven brieven blijkt dat de apotheek en de drogisten Van Gangelene en Pellikaan elkaar regelmatig in de haren zaten door via kortingen te proberen elkaars klanten af te troggelen; ook de Nederlandsche Merkenvereniging maande hen niet onder de vastgestelde verkoopprijs te leveren! De apotheek had zelfs enige tijd een systeem van kortingbonnen: "Bij inlevering van F 4,= aan contante bons wordt 30 ct. terugbetaald", wat later is F 10,= nodig om deze korting te verkrijgen.

 

In 1928 wil de eigenaar het pand op de Markt verkopen en op 1 augustus 1928 verhuist de apotheek naar Kerkstraat 58 (hier is tegenwoordig het Kruidvat gevestigd). Dit pand wordt gehuurd van de gebr. Ames voor F 17,50 per week. Het huurcontract bevat de aantekening dat bij vertrek de geëtste ruit in de voordeur vervangen dient te worden door een gewone ruit; deze is, evenals de betimmering "rechts achter" eigendom van de apotheek.

(Leerdam in oude ansichten deel 2 bevat een foto van dit pand op blz. 34.)

 

Mej. Heintz deelt de Raad van Commissarissen op 30 mei 1931 mee dat zij "wegens gevorderden leeftijd (zij is dan bijna 65 jaar) per 1 augustus 1931 ontslag neemt uit haar betrekking bij de N.V. Leerdamsche Apotheek." De notulen van 2 juli van dat jaar vermelden dat "besloten werd om Mej. Heintz bij haar vertrek een huldeblijk aan te bieden, waaromtrent overleg zou worden gepleegd. Dit leidde ertoe dat Mej. Heintz prijs stelde op aanleg van een rozenlaantje in haar nieuwe landhuisje. Hiervoor werd een bedrag van Fl. 35,= gevoteerd.

Zij ging in Soest wonen en is op 30 januari 1934 in Zeist overleden op de leeftijd van 67 jaar.

De raadsagenda van woensdag 30 september 1931 vermeldt dat "per 1 augustus is vertrokken de apotheker mej. C.C. Heintz en zich heeft gevestigd de heer H.J. Vlezenbeek; eerstgenoemde wordt eervol ontslagen als apotheker voor de armenpraktijk per 1-8-31 en per die datum wordt haar opvolger als zodanig benoemd."

 

Jaargang 21, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 5)

 

Het vorige artikel (februari 2002) besloten we met het vertrek van Mw. Heintz. De commissarissen, en in het bijzonder een van de apothekers, dhr. Vermet, gaan op zoek naar een nieuwe apotheker voor de Leerdamsche Apotheek. Zij doen dit via persoonlijke contacten en door het plaatsen van een advertentie in het "Pharmaceutisch Weekblad", het landelijke orgaan van de apothekers. Eind juni 1931 hebben zij een lijst van 7 apothekers; geen van deze kandidaten is bekend bij de heren Baert en Vermet (de beide apothekers in de Raad van Commissarissen) en Vermet geef als zijn mening te kennen: "Het liefst heb ik een Dame. Het huis is te klein voor een gezin en een losloopend jongmensch past ook al niet bij dat juffergedoe daar."Ruim een week later is de keuze gemaakt en wordt dhr. H.J. Vlezenbeek uit Dordrecht, werkzaam in een apotheek in Sliedrecht, met ingang van 1 augustus 1931 benoemd als apotheker-directeur.

Dhr. Vlezenbeek is in mei 1930 afgestudeerd en vrijwel direct daarop benoemd bij de Militair Geneeskundige Dienst in Nederlands-Indië, twee maanden later wordt hem daar ontslag verleend "teneinde hem in de gelegenheid te stellen te promoveren tot doctor in de wis- en natuurkunde".

Over de nieuwe apotheker treffen we verder weinig gegevens aan; slechts wordt vermeld dat "hij zijn halfjaarverslagen op tijd moet inleveren bij de commissarissen"en dat "hij aangespoord wordt om vaker in de zaak te zijn". Waarschijnlijk vond hij zijn studie belangrijker dan het werk in de apotheek! Per 1 juli 1933 neemt hij ontslag om in Steenwijk een eigen apotheek te beginnen en weer moet een nieuwe apotheker worden gezocht.

 

Als snel wordt een opvolger gevonden in de persoon van Mej. M.C.A. van de Kreke. Zij stond op het punt naar Nederlands-Indië te vertrekken en haar bagage was al in Genua om daarheen te worden verscheept. Mej. V.d. Kreke studeerde in juni 1914 af als apotheker en werd na enige tijd benoemd tot 2e assistent aan het Laboratorium voor Toegepaste Scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam. Begin 1933 vestigt zij zich als beherend apotheker in Delft en van daaruit neemt zij de benoeming in Leerdam aan per 1 juli 1933.

De notulen van de Raad van Commissarissen vermelden ook in haar periode voornamelijk de financiële situatie van de apotheek, zodat weinig bekend is over de dagelijkse gang van zaken. Toch hebben we nog een paar dingen gevonden. Kort na haar aantreden is er een verzoek van het "Spoorweg Ziekenfonds" om de medicijnen bij de leden van dit fonds thuis te bezorgen; uit tactische overwegingen ten aanzien van de andere fondsen kan op dit verzoek niet worden ingegaan.

Een jaar later komt zij in een vergadering met de commissarissen met de "onaangename mededeling dat Pellikaan (een van de beide drogisten in de Kerkstraat) recepten van de oogarts afkomstig, in de Leerdamsche Apotheek wil klaar laten maken om deze zelf te kunnen afleveren. Hierover sprak men zijn afkeuring uit en werd Mej. V.d. Kreke opgedragen aan Prof. Weve (beroemd hoogleraar oogheelkunde in Utrecht) te berichten en hem te verzoeken de patiënten erop te wijzen vooral de recepten klaar te laten maken in de apotheek". De apotheek dient dus de recepten klaar te maken èn af te leveren en niet de drogist!

Het jaar daarop blijken er nog steeds problemen te zijn met de drogisten Pellikaan en Van Gangelen die regelmatig recepten voor patiënten klaarmaken; besloten wordt hiernaar een onderzoek in te stellen, maar over de uitkomst hiervan vinden we verder niets.

Ook in die tijd zijn er al patiënten met suikerziekte die behandeld worden met insuline; dit was een duur product en dus wordt gezocht naar een goedkopere leverancier; besloten wordt de insuline uitsluitend te betrekken van de firma Organon, die bereid is bij alleen-leverantie een korting van 15% te geven. Hiervan worden de voorschrijvende artsen in kennis gesteld. Eind 1934 wordt een "groots bouwplan" besproken: de grote ruimte geheel installeren met kasten, laden, werktafels, gas en elektriciteit; hiervoor is een bedrag van F 500,= beschikbaar.

 

In september 1936 valt het besluit om het woon- en winkelhuis van dhr. Pellikaan in de Kerkstraat aan te kopen; hiervoor wordt een lening van Fl. 5.000,= gesloten bij het "Onderling Ondersteuningsfonds van de vaste personeelsleden der N.V. Glasfabriek Leerdam"à 4,5 %. De heer L. van der Kolk, architect in Leerdam wordt verzocht een ontwerp voor de apotheek te maken. De notulen vermelden: "dat de eerste grote stap is gedaan in de goede richting. We krijgen nu een prachtig pand, gelegen op het mooiste en beste punt van Leerdam. Laten we nu van de apotheek iets maken wat we met trots aan iedereen kunnen laten zien"!

Door de devaluatie lopen de kosten echter op en daarnaast zijn er in die tijd ook wat problemen met enkele personeelsleden; het wordt goed geoordeeld vooral tijdens de avond en nacht meer controle uit te oefenen en aan dhr. Kool, een van de commissarissen, wordt verzocht boven de apotheek te gaan wonen. De reden is dat een van de assistenten een verhouding heeft met een getrouwde man, terwijl een ander het aanlegt met een van de plaatselijke artsen. Dit is natuurlijk schadelijk voor de apotheek en van de verhouding met de diverse artsen.

 

In juli 1937 wordt de nieuwe apotheek geopend en "De Gecombineerde"van zaterdag 7 augustus doet hiervan het volgende verslag:

"Deze week waren we in de gelegenheid te zien, hoe de Leerdamsche Apotheek, thans gevestigd in het geheel herbouwde pand, waarin vroeger het winkelbedrijf van den heer Pellikaan, thans is geworden tot een, ook naar het uiterlijk, in de kleinste bijzonderheden dermate modern ingericht modelbedrijf, dat we zeker dankbaar en trotsch mogen zijn, zulk een aan de strengste eischen voldoende aptoheek in onze gemeente te hebben. Het is ongetwijfeld een der belangrijkste dingen in onze plaatselijke samenleving, dat de toegepaste geneeskunde ook langs den weg der geneesmiddelenvoorziening op zulk een volkomene wijze wordt gediend. Reeds van de straat af maakt de pui een keurige indruk. De apotheek binnentredend, valt op de keurig afgewerkte granieten vloer, gelijk we die ook elders in het gebouw bewonderen, de in frissche, in lichte kleur gehouden uistallingen, toonbanken, opstanden, enz. de grootte ruimte, de voorbeeldige luchtverversching, de ordelijke en smaakvolle rangschikking van den inventaris. Rechts in den wand een wijde doorgang naar het kantoor, waar ook alles den indruk, dien men krijgt bij het betreden van de eigenlijke apotheek, bevestigt.

Achter de apotheek bevindt zich de voorraadkamer, waar zeker een duizendtal soorten geneesmiddelen, in alphabetische volgorde, in vasten of vloeibaren vorm, kruiden, kristallen, zalven e.d., elk soort in een eigen afdeeling, zijn opgeslagen. Het is alles een wonder van toegepaste orde, onberispelijke juistheid en regelmaat.

De gang achter de apotheek geeft rechts toegang tot de spoelkamer, de verbandkamer en het laboratorium. Vooral deze laatste ruimte, waar niets is nagelaten om bij den wetenschappelijken arbeid elke stoornis of onzuiverheid te verbannen, had onze bijzondere aandacht en bewondering. Licht en lucht, smettelooze reinheid, strakke lijn en smaakvolle vormgeving, nuttige ruimteverdeeling, dienende kunde èn practische uitvoering…

Links van de gang bevindt zich nog de kelder, waarin de aan bederf onderhevige en brandgevaarlijke stoffen, de sera, gekapselde bereide siropen e.d., zijn opgeborgen.

De laatste deur links geeft nog toegang tot het eenigste vertrek op de benedenverdieping, dat niet onmiddellijk tot de apotheek behoort, namelijk de huiskamer.

De bovenverdieping wordt ingenomen door woonruimte, behalve een vertrek, dat voor berging en opslag van flesschen en verpakkingsmateriaal is vrijgehouden.

Samenvattend kunnen we zeggen, dat deze nieuwe huisvesting van de Leerdamsche Apotheek meer is dan een gewone uitbreiding en vernieuwing. Het is geworden tot een inrichting, die zeker in verren omtrek haar weerga niet vindt.

We wenschen de onderneming van harte de snel toenemende belangstelling en waardering toe, die haar zeker te wachten staat.

Aan den bouwkundige, den heer L. van der Kolk jr., en aan den uitvoerder van het werk, den heer J. Verhagen willen we tenslotte onzen gelukwensch met het ongewoon slagen van hun keurige werk niet onthouden".

 

Tot slot van dit artikel vermelden we nog dat de apotheek in die tijd zeven dagen in de week was geopend. Alleen tussen ’s avonds 8 uur en ’s morgens 8 uur èn op zon- en feestdagen van 13 tot 14 uur mocht de apotheek gesloten zijn; in noodgevallen moest het dan aangeboden recept alsnog gereed worden gemaakt; de apotheker of dienstdoende assistente moest hiervoor binnen een half uur aanwezig zijn. Voor deze sluiting was een jaarlijkse toestemming nodig van de inspecteur van de Volksgezondheid. Pas een aantal jaren later werd de sluitingstijd op zon- en feestdagen verruimd van 13 tot 18 uur.

 

Jaargang 21, nr. 4

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 6)

 

De vorige keer beschreven we de nieuwbouw van de apotheek in 1937. De eerste jaren wordt er rustig gewerkt en doen zich geen bijzondere gebeurtenissen voor.

Eind 1939 wordt apotheek lid van de OPG (Onderlinge Pharmaceutische Groothandel); er worden twee aandelen van elk F 100,= gekocht en de provisie hierop verleend komt ten goede aan de apotheker, Mej. V.d. Kreke. In datzelfde jaar viert de apotheker haar 25-jarig apothekersjubileum en promoveert commissaris Vermet op 68-jarige leeftijd tot doctor in de Wis- en Natuurkunde aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Beiden ontvangen ter gelegenheid hiervan een bloemenmand.

In november 1939 merken we voor het eerst iets van de dreigende politieke situatie. Het Nederlandsch Visscherij-Proefstation en Laboratorium van Materialen-Onderzoek stuurt op verzoek van de apotheker een brief met gegevens over de verduurzaming van jutezakken voor luchtbeschermingsdoeleinden en in het begin van de oorlog wordt in de tuin van de apotheek een kleine bunker gebouwd voor de opslag van medicamenten.

Maar ook in de oorlogstijd gaat het werk zo goed mogelijk door. Per 1 maart 1942 wordt na enige onderhandelingen het apotheekgedeelte van de praktijk van de arts H.A. Reilingh overgenomen. Tegelijkertijd wordt de vergoeding voor het verzorgen van de receptuur van de armlastigen verhoogd van Fl. 250,= tot Fl. 500,= per jaar; daarnaast wordt de kostprijs van elke levering in rekening gebracht, vermeerderd met 10% voor emballage en bereidingskosten.

Eind 1941 wordt een Ziekenfondsbesluit van kracht waardoor de drie Leerdamse Ziekenfondsen gedwongen worden samen te gaan; zij vormen het OBZ (Onderling Beheerd Ziekenfonds). Enkele jaren later gaat dit ziekenfonds op last van de bezetter op in het ANOZ (Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds).

Mej. V.d. Kreke doet in deze tijd rustig haar werk. Zij legt veel inventiviteit aan de dag om de patiënten van de nodige medicamenten te blijven voorzien. Zo nodig trekt zij de natuur in om zelf het materiaal te zoeken voor verwerking in dranken, siropen, e.d.. Ook leidt zij meermalen, met gevaar voor eigen leven, de bezetter om de tuin en zorgt voor medicijnen voor onderduikers.

Zij heeft een bloedhekel aan Duitsers en collaborateurs. In het begin van de oorlog wordt het Pharmaceutisch Weekblad, het landelijk orgaan van de apothekers verboden en komt daarvoor in de plaats een door de bezetter goedgekeurd weekblad dat uiteraard bol staat van de propaganda. Met het in die tijd bekende paarse aniline-potlood streept zij daarin gedeelten aan of door; soms scheurt zij er uit woede een hele pagina uit. Had men indertijd dit tijdschrift, zo toegetakeld, bij haar ontdekt, dan was zijn ongetwijfeld in ernstige problemen gekomen!

Eind 1943 dreigen er evacués in de apotheek te worden ondergebracht; hiertegen maakt de Inspecteur van de Volksgezondheid ernstig bezwaar met het op de volksgezondheid en Mej. V.d. Kreke wordt verzocht de betrokken instanties te verzoeken eerst overleg te plegen met de Inspectie. Uiteindelijk komt men allen heelhuids de oorlog door. Dat het financieel niet iedere Leerdammer direct weer voor de wind gaat blijkt uit een brief uit augustus 1946 die oud-commissaris J.H.P. Soomer, die bij het opheffen van de divers ziekenfondsen moest aftreden, schrijft aan de Raad van Commissarissen. Hij refereert hierin aan het feit dat hij indertijd veel in ’t belang van de apotheek heeft gedaan en vele onaangename zaakjes heeft opgeknapt en dat bij zijn afscheid is gezegd "dat wij uw werkzaamheden voor de Leerdamsche Apotheek niet zullen vergeten"; zijn karig pensioentje van de Glasfabriek is niet toereikend om van te leven, terwijl zijn luttele spaarduitjes er ook bij zijn ingeschoten. Hij vraagt om een jaarlijkse gratificatie, die hij ook prompt krijgt.

In maart 1946 geeft Mej. V.d. Kreke de wens te kennen haar werkzaamheden met het oog op haar leeftijd te beëindigen. Er moet dus naar een opvolger gezocht worden. De commissarissen wijzen erop dat diverse apothekers berooid uit Nederlands-Indië in het vaderland zijn teruggekeerd; uit twee sollicitanten wordt al snel dhr. F.A.E. van der Heide gekozen. Deze heeft in 1928 zijn apothekersexamen afgelegd, is toen benoemd tot militair apotheker der 2e klasse bij het Oost-Indisch leger en vertrok het jaar daarop naar Bandoeng. In de loop der tijd werd hij diverse malen overgeplaatst; hij overleefde de oorlog en keerde uiteindelijk terug naar Nederland.

Op 14 juni 1946 start hij als directeur-apotheker tegen een salaris van Fl. 4.000,= per jaar, vrij wonen en 10% van de winst. Mej. V.d. Kreke ontvangt bij haar afscheid een gratificatie van Fl. 1.000,=; bovendien wordt zij benoemd tot adviseuse tegen een vergoeding van Fl. 500,= per jaar onder de voorwaarde dat zij tijdens vakantie en ziekte van dhr. v.d. Heide zal waarnemen; de gewerkte uren zullen uiteraard worden uitbetaald. In "De Voorlichter" van 20 augustus 1946 wordt aandacht geschonken aan deze directiewisseling onder de kop "Vaarwel Mej. V.d. Kreke, welkom heer v.d. Heide". Wij citeren: ‘Wie kent mej. V.d. Kreke niet? Gedurende 13 jaar was zij de bezielende directrice van de Leerdamsche Apotheek. Voor wie heeft zij geen drankje of poeder klaar gemaakt? Stil en onopvallend heeft ze haar menschlievend werk gedaan. Even stil en onopvallend wilde ze nu Leerdam verlaten.

Wij achten het echter onze plicht mej. V.d. Kreke namens de geheele Leerdamsche bevolking dank te brengen voor haar mooie werk. Wij wenschen haar in de toekomst veel geluk toe.

De leiding van de Leerdamsche Apotheek is nu toevertrouwd aan dhr. F.A.E. v.d. Heide. Deze heer was zeventien jaar eigenaar van een apotheek in Nederlands-Indië. De Jappen hebben dhr. v.d. Heide op de hun bekende wijze behandeld. De zaak verdween en de familie kwam na jaren kampellende naar Nederland. In tegenstelling tot vele gerepatrieerden is dhr. v.d. Heide niet op een stoel gaan zitten om te zien, hoe de toestand zich zou ontwikkelen. Nee, na korten tijd werd het contact met de Leerdamsche apotheek gelegd, waar dhr. v.d. Heide nu als directeur optreedt.

Dhr. v.d. Heide heeft verklaard alles in het werk te stellen om de Leerdammers zo goed mogelijk van dienst te zijn. Welnu, welkom heer v.d. Heide. De Voorlichter wenscht u veel succes".

 

Jaargang 22, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 7)

 

We zijn nu toegekomen aan de periode dat dhr. F.A.E. van der Heide de leiding heeft in de Leerdamse Apotheek. Hij begint half 1946 met zijn werkzaamheden, bijgestaan door 3 apothekers-assistenten, 2 hulpassistenten en 1 dienstmeisje. Op dat moment woont dhr. J. Kool (een van de commissarissen) nog steeds boven de apotheek en het duurt tot eind 1947 voor hij elders woonruimte heeft gevonden en de ruimte boven de apotheek geschikt is voor bewoning door de apotheker en zijn echtgenote (zij hebben geen kinderen).

Dan doet zich direct al een probleem voor: door langdurige ziekte van de 1e assistente moet de apotheker, samen met zijn 2e assistente de avond- en nachtdiensten waarnemen. Echter, de telefoon van de apotheek is in het bovenhuis onhoorbaar; daarom wordt een brief geschreven aan de chef van het telefoondistrict Utrecht met het verzoek "de nodige materialen beschikbaar te willen stellen, teneinde een overschakelingsinrichting te monteren". Tegelijkertijd gaat er een schrijven naar de Pharmaceutisch Inspecteur van de Volksgezondheid met het verzoek deze brief te ondersteunen! Na enige tijd is een en ander geregeld.

 

Doordat ui de "periode Van der Heide" veel correspondentie bewaard is gebleven, krijgen we ook meer zicht op wat zich zoal in de apotheek afspeelt. De notulen van de Raad van Commissarissen (die vanaf de begintijd – 1924 – bewaard zijn gebleven) behandelen voornamelijk de financiële kant van de apotheek, al komen ook andere zaken, zoals onderhandelingen met de ziekenfondsen over de receptvergoeding, aan de orde. Vanaf 1951 zijn ook de jaarverslagen van de apotheker beschikbaar en hieruit blijkt dat dhr. Van der Heide zeer betrokken is bij het wel en wee van de patiënten, maar ook waakt over de goede naam van de apotheek. Het volgende is daar een goed voorbeeld van.

Naar aanleiding van een klacht door een patiënt wordt zelfs de Pharmaceutisch Inspecteur van de Volksgezondheid ingeschakeld omdat met de betrokkenen van het plaatselijke ziekenhuis niet valt te praten; dit gebeurt door de volgende brief van augustus 1950: "In aansluiting op ons onderhoud van Maandag j.l. kan ik U hierbij het volgende mededelen: Zaterdag 29 Juli jl. kwam hier Mej. H., met de mededeling: "Ik heb medicijnen van jullie gekregen, en daar ben ik zó beroerd van geworden." Mijn assistente keek e.e.a. na en daarbij bleek, dat patiënte alleen verbandartikelen had betrokken. Bij nadere ondervraging bleek, dat zij bij een behandeling in het ziekenhuis alhier, een restant medicijnen had ontvangen die blijkens het etiket op bijgaande fles aan een andere patiënt in November 49 was verstrekt. De apotheker kreeg zoals normaal, weer eens de schuld voor iets waaraan hij part nog deel had. De patiënte wilde de fles eerst niet afgeven, omdat ze bang was, dat de dokter er moeilijkheden door zou krijgen, doch toen haar verteld werd dat deze medicijnen al zeer oud en derhalve misschien niet goed meer waren stond zij de fles af.

Ik kan U hierbij tevens de namen noemen van het volledige bestuur van het Ziekenhuis te Leerdam (en dan volgen de namen van de betreffende personen, zodat de inspectie weer met wie zij contact op moet nemen)". Jammer genoeg is niet bekend hoe deze zaak verder is afgelopen.

 

In 1951 wordt alweer gesproken over een verbouwing van de apotheek "omdat het personeel tegen het licht in moet werken, de ruimte te klein is, waardoor de handverkoop in de knel komt èn omdat iedere gelegenheid ontbreekt om enige stoelen of een bank te plaatsen voor bezoekers welke op hun recepten moeten wachten. Tevens wil men een centrale verwarming aanleggen ter vervanging van de kachels die voor het nodige stof in de apotheek zorgen. De totale kosten worden geraamd op Fl. 25.000,= en met het oog daarop wil men het aandelenkapitaal uitbreiden met Fl. 17.000,=, iets waartoe het ziekenfonds ANOZ (een van de aandeelhouders!) niet bereid is, gezien een brief over deze materie: "De enige mogelijkheid tot het verhogen van de rentabiliteit zou nl. moeten zijn een aanmerkelijke toename van de z.g. "handverkoop" in de apotheek. Al wordt toegegeven dat door een verbouwing het etaleren en zien van artikelen het publiek zal prikkelen tot kopen, toch wordt de mogelijkheid tot opvoeren van deze handverkoop zeer beperkt geacht, gezien de huidige verhouding tussen lonen en prijzen en de economische structuur van de Leerdamse bevolking.

Daar de besteding van het eventuele bedrag voor een verbouwing van de winkel, zonodig om de "handverkoop" te bevorderen, voor het grootste deel ook hiervoor aangewend zou worden, meent het Dagelijks Bestuur van ons fonds op bovenstaande overwegingen niet op het voorstel van de Raad van Commissarissen te moeten ingaan. Indien, zoals door Uw directeur wordt opgemerkt, de ruimte en inrichting voor het gereedmaken van de recepten onvoldoende, onpraktisch en verouderd zou zijn, dan is ons fonds bereid zijn medewerking te verlenen om hierin, langs de eenvoudigste en goedkoopste weg, verandering te brengen."Het fonds sluit de mogelijkheid niet uit dat op nader te bespreken voorwaarden een lening verstrekt kan worden.

De hele situatie wordt nog gecompliceerder doordat de apotheker van mening is dat hij door het verkrijgen van een aantal aandelen in de apotheek meer zekerheid voor de toekomst zou krijgen; hierover wordt vaak en lang vergaderd, maar het ziekenfonds is niet bereid hieraan mee te werken, omdat dan de bestaande verhouding: 50% van de aandelen in bezit van het ziekenfonds en 50% in bezit van de apothekers, in gevaar komt. Een goede toekomst voor de apotheker in Leerdam dient meer gezocht te worden in een verantwoorde salariëring en een goede oudedagsvoorziening.

 

Intussen worden de plannen voor de verbouwing verder uitgewerkt en op vrijdag 26 september 1952 wordt de vernieuwde apotheek geopend door burgemeester H. Vlug.

Ook de plaatselijke pers doet van deze verbouwing weer uitgebreid verslag in een artikel van 27 september onder de titel "Curare necesse est"(genezen is noodzakelijk): "Hoewel men van een apotheek in de eerste plaats kan zeggen dat "genezen haar eerste taak is", bevat zij toch ook allerlei preparaten waarvan het ongecontroleerde en niet streng gedoseerde gebruik hoogste schadelijk, zo niet fataal voor de menselijke gezondheid is.

De opbergplaatsen van een apotheek zijn dan ook ruimten, waar slechts de bevoegde hand mag komen en de allerheiligste plaats is natuurlijk de vergifkast. De wet op de pharmacie schrijft zelfs voor, dat bij overlijden van de apotheker de sleutel van deze kast moet worden overhandigd aan de Pharmaceutisch inspecteur of diens vervanger ter plaatse, i.c. de burgemeester.

Om heel wat blijder redenen heft dhr. F.A.E. van der Heide gisteren deze sleutel enige tijd uit handen gegeven. Burgemeester H. Vlug verrichtte hiermede immers de heropening van de Leerdamse apotheek, die zes weken lang zich tijdelijk in een benedenruimte moest behelpen om nu – bevrijd van knellend ruimtetekort – in een zaak, die schier als een phoenix uit zijn asse is herrezen, alle ruimte te vinden om de vleugels wijd uit te slaan …

De burgemeester vond het bijzonder aardig, dat deze opening juist plaats vond in de tijd, dat de geboortedag van de beschermheiligen van de apothekers, Cosmas en Damiaan, herdacht wordt. (Later bleek, dat onze eerste burger in deze historische kennis zelfs de aanwezige apothekers overtrof, want de heren waren van dit feit niet op de hoogte.)"

Nadat uitvoerig verslag is gedaan van de vele mooie woorden die een groot aantal sprekers uitten, gaat het artikel als volgt verder: "Hierna vond de hierboven geschetste opening plaats en kregen de genodigden gelegenheid kennis te nemen van de verbouwing. Hierbij viel wel onmiddellijk het zoveel opgewekter en vrolijker uiterlijk op. Het geheel is uitgevoerd in blank eiken en maakt een zeer practische indruk. De laden zijn voorzien van het allerlaatste snufje en kunnen niet uit de kasten vallen, het geheel is fraai van lijn en stelt het personeel in staat om zeer efficiënt te werken. De fa. Blom heeft zeker eer met haar werk ingelegd en de verfraaiing van de apotheek is voor een belangrijk deel aan haar vakkundigheid te danken.

In een nieuwe zaak, gaat de apotheker en zijn personeel nu voort met haar oude taak, het behartigen van de volksgezondheid."

De directeur-apotheker vermeldt in zijn jaarverslag over 1952 "dat hij ten zijnen huize een 60-tal genodigden ontving; na de officiële heropening door de Burgemeester en een rondgang verzamelde een klein gezelschap zich aan een koffietafel in Hotel Lucullus. Hierna moest men zich weer naar de apotheek begeven om de honderden belangstellenden de hand te drukken. Deze dag werden in de directeurswoning een 400-tal bezoekers geteld, terwijl vele anderen beneden in de apotheek door het personeel werden rondgeleid."

 

Jaargang 22, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 8)

 

"Na de verbouwing van 1952 is er een aan alle eisen van bruikbaarheid en efficiëntie beantwoordende ruimte geschapen, die terecht veler bewondering afdwong. Verscheidene apothekers, die met bouwplannen rondlopen, zijn reeds komen kijken. Laatstelijk hebben nog enige hoofdbestuurders der KNMP (de apothekersvereniging) hun visie op onze apotheek aldus geformuleerd: "Een model voor ieder die wil gaan verbouwen."" Lezen we in het jaarverslag van de apotheker over 1952.

Intussen is de personeelsbezetting uitgebreid tot 5 assistenten, 1 hulpassistente en 1 hulp in de huishouding/spoelmeisje. De werkzaamheden bestaan grotendeels uit het bereiden van recepten ten behoeve van de diverse fondsen (ANOZ: vrijwillig en verplicht verzekerden, Nederlandse Spoorwegen, De Vries-Robbé en Betondak), waarbij eind 1952 een aantal van 8225 personen is ingeschreven, een stijging van bijna 600 in vergelijking met 1950.

Voor het plaatselijke ziekenhuis wordt een groot aantal injectievloeistoffen gemaakt, terwijl voor het medisch laboratorium de reagentia en voor de Röntgen-kamer de ontwikkelaar en fixeerbaden worden bereid. Dit alles vereist veel tijd.

Ook de intensivering van de samenwerking met de doktoren buiten Leerdam (d.w.z. de apotheekhoudende huisartsen uit de omliggende plaatsen en de diverse specialisten die in het ziekenhuis spreekuur houden) levert veel werk op doordat zij grote hoeveelheden poeders, pillen, zalven, dranken en injectievloeistoffen gereed laten maken. Bovendien vertoont de handverkoop (de zonder recept verkrijgbare genees- en verbandmiddelen) een stijgende lijn.

 

De directeur-apotheker woont maandelijks de wetenschappelijke bijeenkomsten van het Departement Utrecht van de KNMP bij; door de geweldige uitbreiding der nieuwe geneesmiddelenschat en receptuurvoorschriften blijkt het noodzakelijk het personeel periodiek voor te lichten. Dit gebeurt door de uitgave van een gestencild blaadje, waarin zowel de nieuwe voorschriften als de nieuwe geneesmiddelen worden opgesomd. Voor zover nodig wordt door praktische lessen een en ander verduidelijkt. Dat de werkzaamheden zich niet alleen tot het bereiden en afleveren van geneesmiddelen beperkten, wordt duidelijk als we lezen dat de Pharmaceutisch Inspecteur van de Volksgezondheid een lezing houdt over "De taak van de Inspecteur bij het beoordelen van water, bodem en hygiëne". Voor deze lezing worden ook het personeel, de plaatselijke artsen en het College van B. en W. uitgenodigd. Het College laat verstek gaan, maar alle artsen waren aanwezig, evenals de meeste personeelsleden.

 

In verband met een aantal vergissingen bij de leverantie van geneesmiddelen aan diverse apotheken, wordt de controle op ontvangen geneesmiddelen en grondstoffen geïntensiveerd; in 1953 worden 528 monsters gecontroleerd, waarvan er 2 moeten worden afgekeurd. In de jaren daarna worden gemiddeld zo’n 400 grondstoffen na ontvangst gecontroleerd. Voor één van de apotheekhoudende huisartsen wordt gehele receptuur verzorgd, wat veel extra werk geeft, maar de apotheek ook geen windeieren legt.

 

Rond 1953 start de KNMP, de beroepsorganisatie van apothekers, een reclamecampagne om duidelijk te maken wat de taken en verantwoordelijkheden van de apotheek zijn. Men kan nu eenmaal niet adverteren: "eet meer pillen" of "slik meer drankjes". Daarom worden er "wetenschappelijke etalages" ingericht, die veel vragen bij het publiek en vooral bij scholieren van middelbaren scholen losmaken. Zo krijgt men de kans om de nodige voorlichting te geven.

Bijzonder geslaagd waren de etalages over penicilline, opium, de opleiding van de apotheker, kina, bereiding van verband en watten, petroleumdestillatie, pleisters en hun bereiding. Kleine etalages over hoestmiddelen, huisapotheken en dergelijke stimuleerden de verkoop van deze middelen in niet geringe mate. (In latere jaren wordt deze wijze van voorlichting geven en reclame maken sterk veroordeeld, terwijl men thans opnieuw overgaat tot het inrichten van pakkende etalages!) Ook de pas opgezette documentatiedienst van de KNMP bewijst goede diensten aan de artsen, die in de wildernis der patentgeneesmiddelen (specialités) de weg niet meer kunnen vinden.

 

In de jaren 1955/56 ontstaat een tekort aan assistenten doordat sommigen wegens huwelijk vertrekken. Gezien het grote gebrek aan assistenten en de weinige aantrekkelijkheden die Leerdam biedt, gevoegd bij het gebrek aan behoorlijke pensions(!), wordt overwogen de zonder van de apotheek op te trekken voor eventuele huisvesting van personeel; het is wellicht mogelijk de kosten daarvan met regeringssteun te financieren.

Doordat het plaatselijke ziekenhuis in een wijde omtrek een zéér goede naam heeft gekregen, gaan er betrekkelijk weinig "eigen" patiënten meer naar de ziekenhuizen in Utrecht en Gorinchem en nemen de werkzaamheden verder toe. Het blijkt zelfs noodzakelijk een tweede apparaat voor de bereiding van gedestilleerd water aan te schaffen vanwege de toegenomen vraag naar injectievloeistoffen. Ondanks de drukte ziet men kans de assistenten zelf kennis te laten maken met de moderne receptuurmogelijkheden; in kleine groepjes gaat men naar een firma in Utrecht om de nieuwe apparatuur in werking te zien.

 

Intussen is het personeelsbestand uitgebreid met een aantal invallers en hulpassistenten (dames die niet gediplomeerd zijn, maar onder controle een aantal werkzaamheden kunnen verrichten) al blijven er problemen bestaan, niet in de laatste plaats doordat in de winterperiode van 1956/57 veel assistenten regelmatig ziek zijn. Door het aanwezige personeel wordt met toewijding gewerkt. In het jaarverslag over 1956 wordt "Mej. T.J. den Hartog speciaal geroemd, die, toen de apotheker en de eerste assistente tegelijk ziek waren en er dus in wezen nog slechts 2 assistenten over waren, kans heeft gezien om de hele apotheek inclusief de aanmaak en administratie gaande te houden door des morgens om 5 uur op te staan en tot des avonds 10 uur door te werken en dat gedurende 3 weken, en daarbij ook nog de nachtdienst te doen". Het betreffende verslag eindigt met de woorden: "Zolang onze apotheek met dergelijk personeel mag werken, gaat zij een goede toekomst tegemoet".

 

Jaargang 22, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 9)

 

De vorige keer zagen we dat het werk in de apotheek, ondanks veel ziekte, tóch doorging door de geweldige inzet van de assistenten. In 1957 is er eindelijk weer voldoende personeel, maar ook dat jaar wordt gekenmerkt door een enorm aantal ziektedagen. In oktober, vlak na de drukte van een griepexplosie, krijgt apotheker Van der Heide een hartaanval, waardoor hij gedurende een half jaar is uitgeschakeld. Dankzij het feit dat hij thuis verpleegd kan worden, behoeft er geen hulp te worden ingeroepen van een volledige waarnemer. De apotheker houdt tijdens zijn ziekte dagelijks een kleine conferentie met zijn assistenten, waarbij verslag wordt gedaan van de verrichte werkzaamheden, iets dat bij ziekenhuisopname niet mogelijk was geweest. Achteraf moet dhr. Van der Heide toegeven dat deze gang van zaken niet bevorderlijk is geweest voor een spoedig herstel!

 

In verband met de verdere uitbreiding van de werkzaamheden wordt een moderne poederverdeel en –vouwmachine aangeschaft (tot dan worden de poeders handmatig verdeeld en gevouwen, een zeer tijdrovend werk), evenals een koelkast voor het bewaren van sera en vaccins, vooral met het oog op de op handen zijnde polio-inentingen. Voor het mengen van poedermengsels wordt een koffiemolen (!) in gebruik genomen.

Hoewel de samenwerking met de plaatselijke en regionale artsen en specialisten goed is, komt aan de samenwerking met dhr. van Heyningen in Schoonrewoerd in zeker opzicht een eind. Voor hem werd reeds enige jaren de volledige receptuur verzorgd, maar als de commissarissen besluiten de prijs voor deze werkzaamheden aanmerkelijk naar boven aan te passen, gaat deze arts zijn recepten zelf gereed maken. (In 1970 vindt hij het welletjes en verkoopt hij zijn apotheekpraktijk aan de Leerdamse apotheek; hiermee wordt de basis gelegd voor de vestiging van een tweede apotheek in 1980, maar daarover later.)

 

In 1959 wordt een nieuwe Pharmacopee (het officiële, van staatswege uitgegeven handboek met voorschriften voor de bereiding van geneesmiddelen en de vereisten waaraan zij moeten voldoen) ingevoerd. Vergeleken met de vorige uitgave uit 1926, is een groot aantal namen van geneesmiddelen veranderd; dit heeft tot gevolg dat de etiketten van de opstand- en voorraadpotten moeten worden vervangen, iets waarvoor overdag geen tijd is en dus in de avonduren moet worden gedaan. Pas na enkele maanden is deze klus geklaard, mede door het feit dat etiketten en nieuwe flessen en potten niet altijd direct geleverd konden worden omdat alle apotheken in Nederland moeten omschakelen.

 

Het uitrekenen van de recepten voor De Vries-Robbé en Betondak gebeurt in Leerdam; voor de recepten van het ziekenfonds ANOZ is sinds kort een uitrekenbureau in Utrecht ingeschakeld. Er zijn echter de nodige aanloopproblemen, wat resulteert in een verkeerd gedeclareerd bedrag bij ANOZ over 1958 en het eerste halfjaar 1959 van Fl. 14.000,=. In 1960 wordt dit gecorrigeerd door vermindering van de maandelijkse voorschotten. Om een betere controle mogelijk te maken wordt in een vergadering met de artsen besloten dat het itereren vanaf 1 mei 1960 wordt verboden, d.w.z. dat niet meer op het recept mag worden aangegeven dat de voorgeschreven geneesmiddelen een aantal malen kan worden herhaald. Iedere keer is een nieuw recept nodig.

Doordat veel werknemers van De Vries-Robbé en Betondak verhuizen, loopt het aantal verzekerden terug. Bij ANOZ is echter een stijging te bemerken, zodat het totale aantal ziekenfondsverzekerden toch toeneemt; waren er in 1950 7652 verzekerden bij de apotheek ingeschreven, in 1960 zijn dat er 8841.

 

Eind 1959 overlijdt dhr. J.J. Vermet, een der commissarissen en medeoprichter van de apotheek. Zijn aandelen gaan na enige strubbelingen met het ziekenfonds ANOZ en de familie, over in handen van de KNMP, de beroepsorganisatie van apothekers. De KNMP heeft indertijd besloten dat een apotheek in handen behoort te zijn van een apotheker of een organisatie van apothekers en niet in die van een ziekenfonds of niet-apothekers en wenst (in samenspraak met de Pharmaceutische Inspectie) geen goedkeuring te geven aan de in Leerdam bestaande situatie; op een gegeven ogenblik dreigt zelfs sluiting van de apotheek.

Tenslotte wordt een godsvrede bereikt tussen de diverse partijen door te besluiten dat KNMP en ANOZ ieder de helft van de aandelen mogen bezitten en dat na een aantal jaren de situatie opnieuw zal worden bekeken.

 

Op 26 april 1961 wordt dhr. Van der Heide, als hij de eerste gecombineerde vergadering van de woningbouwvereniging "Unicum" en de "Patrimoniumstichting tot Verbetering van de Volkshuisvesting" in hotel Lucullus presideert, getroffen door een attaque en door de dood midden in een arbeidzaam leven weggerukt. Hij is dan pas 58 jaar.

"De Gecombineerde" van zaterdag 29 april schenkt in een uitgebreid artikel aandacht aan deze vooraanstaande ingezetenen. Na een overzicht van de periode van zijn studie voor apotheker tot zijn komst naar Leerdam, gaat het artikel verder met: "In Leerdam heeft dhr. Van der Heide zich doen kennen als een deskundig apotheker, die met bekwame hand de apotheek leidde en allerlei maatregelen trof om het publiek snel en accuraat van de nodige medicamenten te kunnen voorzien. Daarnaast ging zijn belangstelling uit naar de brede terreinen van het maatschappelijk leven. Hij was van 1 september 1953 tot 1 september 1958 lid van de gemeenteraad van Leerdam voor de V.V.D. Hij verrichtte zijn werk in de raad veelal zonder daarbij aan de weg te timmeren. Men moest van dhr. Van der Heide geen opzienbarende verklaringen verwachten, maar zijn oordeel was steeds degelijk en gefundeerd. Na zijn bedanken voor het raadslidmaatschap bleef hij de belangen van zijn geestverwanten dienen in de plaatselijke afdeling en nog onlangs werd hij met algemene stemmen als voorzitter herkozen.

Als bestuurslid van de Woningbouwvereniging "Unicum" verzette hij eveneens belangrijk werk. […] Zijn bekendheid met dit werk leidde ook tot zijn benoeming als voorzitter van de Centrale Woningstichting Leerdam. Maar niet alleen naar dit werk ging zijn belangstelling uit. Ook het Verbond voor Veilig Verkeer vond in hem een actief bestuurslid. Hij was enkele jaren voorzitter van de Oranjevereniging en hij beijverde zich vele jaren achtereen voor het welslagen van geldinzamelingen voor liefdadige doeleinden. Ten tijde van de politionele acties was hij de promotor van de geldinzamelingen voor Niwin (Stichting Nationale Inspanning Welzijnszorg Indië) en voor de man, die zovele van zijn beste jaren gaf aan het voormalig Nederlands-Indië is het niet verwonderlijk dat hij lid was van het Comité Rijkseenheid. Maar boven dit alles uit ging toch zijn liefde voor zijn beroep. In de kringen van zijn collega’s werd zijn stem graag gehoord en als secretaris van de N.A.B.A. (Niet Apotheek Bezittende Apothekers) deed hij eveneens veel belangrijk werk. De opleiding van de apothekers-assistenten had zijn speciale aandacht en heel veel dames danken aan de gedegen opleiding van dhr. Van der Heide het behalen van het diploma."

Ook aan de drukbezochte uitvaart van dhr. Van der Heide wordt in de pers uitvoerig aandacht besteed. Van de vele toespraken citeren we nu alleen: "Voor de plaatselijke artsen, zo zei dokter Th. Wieringa, was dhr. Van der Heide steeds een vraagbaak geweest. Geen probleem was hem te lastig. Steeds probeerde hij voor ons een oplossing te vinden".

 

Jaargang 23 nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 10)

 

De plannen voor een nieuwe verbouwing van de apotheek worden door het overlijden van dhr. Van der Heide voorlopig in de ijskast gezet. Alle aandacht is nu gericht op het vinden van een goede opvolger. Mevrouw E.J. ten Sythoff-van Douwe uit Gorinchem wordt bereid gevonden als waarnemend apotheker op te treden; zij doet dit naast haar werkzaamheden in de eigen apotheek. Tijdens haar vakantie neemt dhr. P. Hoogland uit Sliedrecht waar.

Tot overmaat van ramp vertrekken eind 1961 twee van de vier assistenten wegens huwelijk en worden hoge eisen gesteld aan de rest van het personeel. Speciaal de dames Den Hartog en Van Muilwijk hebben, door ’s avonds tijdens hun wachturen voorraden te maken en de reeds binnengekomen recepten aan te schrijven, een vlotte gang van zaken steeds mogelijk gemaakt.

 

Begin mei solliciteert dhr. J.W. Kampman, 30 jaar oud, uit Geldrop, naar de opengevallen functie van apotheker-directeur. De procedure verloopt naar wens en per 1 oktober 1961 wordt hij benoemd op een salaris van Fl. 18.000,= per jaar met de eerste drie jaar een verhoging van Fl. 1.000,= per jaar. De vakantietoeslag bedraagt 4%, hij krijgt rij wonen, licht en water, terwijl de ziektekostenverzekering en de pensioenvoorziening voor 2/3 voor rekening komen van de apotheek. Bij de leveranciers bedongen kortingen zullen echter geen deel meer uitmaken van het salaris van de apotheker. Het aantal ziekenfondsverzekerden stijgt snel, mede door de vestiging van een grote groep Ambonezen in Leerdam.

 

In 1962 worden naast de aanwezige 2 assistenten, 2 hulpassistenten en 1 apotheekhulp, 2 nieuwe assistenten aangetrokken, zodat eindelijk weer een normaal werkrooster kan worden aangehouden. In ditzelfde jaar wordt eindelijk de felbegeerde centrale verwarming aangelegd, terwijl in de daarop volgende jaren diverse noodzakelijke veranderingen aan het interieur worden aangebracht in afwachting van een volledige verbouwing.

Per 1 januari 1963 kan dhr. Kampman een apotheek in Lochem overnemen, een kans die hij met beide handen aangrijpt omdat overname van de Leerdamse Apotheek er voorlopig niet inzit. Hij vertrekt eind 1962, maar zorgt zelf voor een opvolger; hij brengt de commissarissen in contact met dhr. W.F. Kroeze, die op 1 november 1961 in dienst treedt en dus nog een maand door hem kan worden ingewerkt.

 

Het werk gaat intussen door, hoewel het personeel wel erg veel wisselingen in de leiding te verwerken krijgt. Ook in administratief opzicht zijn er de nodige problemen die moeten worden opgelost; zo raakt het uitrekenbureau van de Stichting Samenwerkende Ziekenfondsen te Utrecht steeds verder achterop met het controleren en uitrekenen van de recepten, zodat men in financieel opzicht niet goed weet waar men aan toe is. Daarom wordt onder auspiciën van de Stichting Samenwerkende Algemene Ziekenfondsen Gorinchem, Leerdam en Tiel (Goleti) een nieuw uitrekenbureau opgezet. Dit bureau zal ook controle-werkzaamheden verrichten voor de diverse ziekenfondsen, die daarom bereid zijn bij te dragen in de kosten. In 1963 treedt de nieuwe Wet op de Geneesmiddelenvoorziening in werking; ook krijgt de Inspecteur van de Volksgezondheid wegens pensionering een opvolger. Deze komt al snel kennis maken met de nieuwe directeur-apotheker en wijst hem op de door de nieuwe wet geschapen mogelijkheid het apotheekgedeelte van de onlangs overleden arts Dorresteijn te Heukelum aan de Leerdamse Apotheek te trekken, teneinde de geneesmiddelenverzorging in dat gebied zo goed mogelijk te verzorgen. De apotheker verdedigt de belangen van de farmacie in een vergadering van de Commissie voor Gebiedsaanwijzing in de provincie Zuid-Holland, maar de commissie verlangt eerst een gedetailleerd plan voor de geneesmiddelen-voorziening in het omstreden gebied. Intussen is een opvolger gevonden voor dokter Dorresteijn in de persoon van dokter Ferguson, die de claim van de apotheek betwist en een verzoek indient om de praktijk als apotheekhoudend arts te mogen voortzetten.

Pas in de loop van 1965 valt de uiteindelijke beslissing door de minister van Volksgezondheid: de arts mag apotheekhoudend blijven; de minister vond het evenwel niet nodig de betrokken apothekers van zijn besluit op de hoogte te brengen!

In ditzelfde jaar wordt, na moeizame onderhandelingen, een contract gesloten tussen apotheker Kroeze en het bestuur van "Stichting het Ziekenhuis" te Leerdam. Dit is noodzakelijk geworden omdat de nieuwe wet op de geneesmiddelenvoorziening bepaalt dat een ziekenhuis met minder dan 300 bedden, zoals in Leerdam het geval is, geen eigen ziekenhuisapotheker behoeft te hebben, maar het toezicht op de gang van zaken wèl dient op te dragen aan een apotheker.

De apotheker is verantwoordelijk voor het toezicht op alle aan het ziekenhuis geleverde zelfstandigheden welke worden gebruikt voor de behandeling van verpleegden en het inwonend personeel; d.w.z. dat er controle moet zijn op de aankoop van deze zelfstandigheden en op de ontvangst daarvan in het ziekenhuis. Tevens valt hieronder de controle op de bewaring in het ziekenhuis en de verstrekking aan artsen en verpleegden. In het contract worden al deze zaken nauwkeurig geregeld; de honorering bedraagt Fl. 30,= per bezet bed per jaar met een minimum van Fl. 2.500,= per jaar.

Intussen is door de nieuwe apotheker ook nog de opleiding van de apothekers-assistenten ter hand genomen. Gedurende drie ochtenden wordt praktijkles in het recepteren gegeven, waarvoor een apart leslokaal is ingericht in de apotheek; voor de theoretische scholing wordt gebruik gemaakt van het LOI (Leidsche Onderwijs Instellingen). Op deze wijze wordt getracht zich voor de toekomst van voldoende personeel te verzekeren. In de loop der tijd slagen de diverse leerlingen.

Verder zijn uit deze periode weinig bijzonderheden bekend; in tegenstelling tot andere jaren gaat het werk rustig door.

Op 8 oktober 1966 wordt het 40-jarig bestaan van de apotheek gevierd met een feestelijke bijeenkomst in de vorm van een receptie en een diner voor ongeveer 40 personen in "De Glashof", terwijl het personeel wordt getrakteerd op een uitstapje.

De ziekenfondsen van De Vries-Robbé en Betondak stoppen met hun werkzaamheden, die worden overgenomen door ANOZ Leerdam. Eind 1966 zijn er 9970 personen als ziekenfondsverzekerde bij de apotheek ingeschreven, maar het zal nog enkele jaren duren voor het magische getal van 10.000 wordt overschreden (dit gebeurde pas in 1969).

In 1967 schakelt Leerdam over op aardgas uit Slochteren en moet, omdat dit gas een hogere druk heeft, het volledige buizenstelsel in de apotheek worden vernieuwd; ook wordt er een brandkast aangeschaft voor het bewaren van de boekhouding en nog niet uitgerekende recepten.

In 1968 worden weer drie nieuwe leerlingen aangenomen, maar deze verhuizen in de loop van het daarop volgende jaar naar de opleiding in Tiel wegens het vrij plotselinge vertrek van dhr. Kroeze naar Den Haag, waar hij een apotheek kan overnemen.

De N.V. VNA (Vereniging Nederlandse Apothekers), die in het bezit is van de aandelen van apothekerszijde, verkeert nl. niet in de mogelijkheid de apotheek over te dragen aan dhr. Kroeze omdat ANOZ niet bereid is haar aandelen aan de apothekers over te dragen. Uiteindelijk bereiken ANOZ en de N.V. VNA, na het overlijden in 1969 van dhr. Baert, president-commissaris en een der oprichters van de apotheek, een akkoord over de verdeling van de aandelen: elk der partijen krijgt 50% in bezit en deze situatie zal voortduren tot 1976, hoewel de N.V. VNA liever 1973 als einddatum had gezien.

Weer staat de Raad van Commissarissen voor de taak een nieuwe apotheker te zoeken.

 

Jaargang 23, nr. 2

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 11)

 

Per 6 augustus 1969 vertrekt apotheker Kroeze naar Den Haag en de volgende dag treedt Mevr. A.H. Danser-Geels in dienst; zij woont in Tiel en dat levert, gezien de afstand tot Leerdam, bezwaren op bij de Pharmaceutische Inspectie. Tenslotte wordt toestemming gegeven voor een optreden als waarnemer (en niet als beheerder!) tot 15 november 1969.

De mogelijkheid bestaat dat de Inspectie de N.V. Leerdamse Apotheek niet als instelling van apothekers beschouwt door de nauwe samenwerking met ziekenfonds ANOZ en tot sluiting van de apotheek zal adviseren.

Het is dus: alle hens aan dek om te proberen snel weer een eigen apotheker te krijgen en de Inspectie er van te overtuigen dat op den duur de apotheek aan hem of haar in eigendom kan worden overgedragen.

 

Ook dhr. Van Hoogdalem gaat in zijn rubriek "’n Leerdammer zegt er het zijne van" in De Gecombineerde op de ontstane situatie in. Op 28 augustus 1969 lezen we onder het kopje "Apotheek": Per 1 augustus j. heeft dhr. W.F. Kroeze afscheid genomen van de Leerdamse apotheek. Hij is als man, die verantwoordelijk is voor alle geneesmiddelen, welke de apotheek verlaten, opgevolgd door een vrouw, nl. mevr. Danser, echtgenote van een Tielse apotheker.

Mevr. Danser, zelf ook apotheker, zal zich niet in Leerdam vestigen maar vanuit Tiel de Leerdamse apotheek gaan leiden.

Dhr. J. Kool, commissaris van de n.v. Leerdamse Apotheek zegt van dit alles: "mevr. Danser zal bijna iedere dag in Leerdam zijn. Voor moeilijke zaken is ze bij haar afwezigheid altijd telefonisch te raadplegen en mevr. Danser kan als haar aanwezigheid hier dringen is vereist, in 25 minuten in Leerdam zijn."

 

Dhr. Kool vertelde ook dat een oproep voor een nieuwe apotheker geen acceptabele sollicitanten had opgeleverd. Ook een herhaalde oproep bleef zonder resultaat. Het is nu de bedoeling om in januari, als de universiteit weer een aantal jonge apothekers gaat afleveren, de oproep te herplaatsen. Tot die tijd zal mevr. Danser in elk geval met de leiding van de apotheek belast blijven.

 

Dhr. Kool was het "voor 100 pct."met "deze Leerdammer" eens, dat het te betreuren valt, dat Leerdam geen eigen apotheker meer heeft. "Wij betreuren dit vooral omdat het de bedoeling is te komen tot een modelapotheek. De opzet is om de apotheek geheel te reorganiseren. We zouden ons daarbij natuurlijk graag laten begeleiden door een eigen apotheker. Die zullen we dan eerst moeten vinden en tot op heden hebben onze oproepen geen acceptabele sollicitanten opgeleverd."

 

Nu doet een apotheker natuurlijk heel wat meer dan controleren of de assistenten in de apotheek de recepten wel op de juiste wijze hebben toebereid. Hij zal zich – als hij kan beschikken over een zo voortreffelijk korps assistenten – in feite om de bereiding van de alledaagse recepten weinig druk maken. (dat is wel erg kort door de bocht, zoals meer opmerkingen in dit artikel; P.H.v.K.)

Veel meer zal hij zijn aandacht schenken aan de grote lijnen, het onderzoeken van en de controle op verpakte geneesmiddelen, het toezicht op de pharmacie in het ziekenhuis, de opleiding van de assistenten, enz.

Daarnaast is het van groot belang dat hij (of zij) op elk gewenst moment van de dag door de assistenten geraadpleegd kan worden.

Het behoeft geen betoog, dat het een gebiedende eis is, dat in een apotheek – waar nog meer dan in de spreekkamer van een dokter het safety first een wet van Meden Perzen moet zijn – gen enkel recept bereid mag worden, zonder dat zij, die met dit werk belast zijn, zich volledig zeker van hun zaak weten en elk ogenblik moeten kunnen terugvallen op de man (of vrouw) die voor hun werk de verantwoordelijkheid draagt.

De apotheek is een belangrijk deel van onze volksgezondheid in handen gegeven. De meest knappe dokter blijft nergens als zijn recepten niet van de door hem beoogde samenstelling zijn. Daarnaast blijft nog altijd het feit bestaan, dat een foutje bij de bereiding van recepten, nog kwalijker gevolgen kan hebben, dan een verkeerde diagnose.

Natuurlijk twijfelt "deze Leerdammer" er niet aan of de apotheek zal onder de nieuwe leiding even goed functioneren als vroeger het geval is geweest. Maar toch hoopt hij, dat de woning boven de zaak met de pillen en de poeders weer spoedig bewoond zal zijn. Leerdam moet een eigen apotheker hebben. Een man (of vrouw) die dagelijks aanwezig is en in noodgevallen ook ’s nachts à la minute geraadpleegd kan worden.

 

Leerdam heeft al van teveel belangrijke zaken afstand moeten doen om zich nu ook nog het verlies van een eigen apotheek te kunnen veroorloven. Wij hebben geen eigen belastingkantoor meer, het gewestelijk arbeidsbureau is ook naar een naburige gemeente overgeheveld, de vleeskeuringsdienst is eveneens in die gemeente ondergebracht, het gas- en energiebedrijf is dan in naam nog wel zelfstandig, maar is in feite ook weinig anders dan ondergeschikt aan een grotere gemeente en moet Leerdam nu ook nog op het gebied van een belangrijk stuk volksgezondheid van een andere gemeente afhankelijk worden?

 

"Deze Leerdammer" hoopt van harte, dat dhr. J. Kool en zijn mede-commissaris dhr. Kaebisch, zullen weten te bewerkstelligen, dat Leerdam weer spoedig een apotheker in de Kerkstraat zal hebben.

 

Vanaf een afstand van meer dan 30 km toezicht houden op de Leerdamse apotheek is op de long run een onaanvaardbare zaak. Men kan nu eenmaal niet alles per telefoon doen en wat komt er in de wintermaanden – ’s nachts bij sneeuw en ijzel – van die 25 minuten terecht?

Natuurlijk valt de tegenwerping te maken, dat het maar af en toe gebeurt dat de wegen moeilijk of in het geheel niet berijdbaar zijn. Maar de aanwezigheid van een apotheker zal dan juist maar dringend vereist zijn! De volksgezondheid – en dat geldt ook voor de 13.000 Leerdammers – is een te belangrijke zaak om ook maar een enkel risico te mogen nemen".

 

Jaargang 24, nr. 1

 

Apotheken en apothekers te Leerdam (deel 12)

 

Na het vertrek van apotheker Kroeze naar Den Haag, midden 1969, treedt mevrouw Danser uit Tiel op als waarnemer; zij mag deze functie van de Pharmaceutische Inspectie uitoefenen tot half november 1969. Genoemde Inspectie behoudt zich het recht voor de apotheek te sluiten als dan nog geen nieuwe apotheker gevonden is. De Raad van Commissarissen stelt alles in het werk om aan deze eis te voldoen, maar dat blijkt niet eenvoudig. Gelukkig wordt er enig uitstel verleend en begin 1970 wordt weer een advertentie geplaatst in het Pharmaceutisch Weekbald; hierop komen een aantal reacties binnen, waaronder één van ondergetekende, die, omdat zijn verloofde nog enkele jaren studie in Utrecht voor de boeg heeft, onder meer aangetrokken wordt door de mededeling dat de betreffende apotheek in het midden van het land is gelegen (de plaats Leerdam wordt in de advertentie niet genoemd). Na enige tijd word ik, samen met mijn verloofde, uitgenodigd voor een oriënterend gesprek met de voorzitter van de Raad van Commissarissen, de heer J.J. Donkers, apotheker te Oss. Het klikt vanaf het begin en al gauw valt het definitieve besluit om naar Leerdam te gaan.

 

Intussen is men begonnen met een ingrijpende verbouwing o.l.v. mevrouw Danser. Met ingang van 3 april 1970 wordt het vroegere sigarenmagazijn van Van Zijl, Kerkstraat 10, gehuurd en op 11 mei wordt de benedenverdieping van de oude apotheek volledig gesloopt en begint de verbouwing. Mevrouw Danser zal de bouw tot eind 1971 begeleiden. Ikzelf start op 1 september 1970 met mijn werkzaamheden als directeur-apotheker van de N.V. Leerdamse Apotheek en word direct geconfronteerd met een niet al te sterke personeelsbezetting, terwijl op 1 oktober ook nog een assistente vertrekt.

Gelukkig kan binnen enkele dagen een nieuwe assistente worden aangetrokken. Ik had tijdens de studie een aantal maanden stage gelopen in diverse apotheken (waaronder een ziekenhuisapotheek), maar moest toch nog veel leren, zeker op het terrein van bedrijfsvoering, personeelszaken, salarisadministratie, belastingzaken, enz.

 

Door het personeelstekort draaide ik al na 1 maand mee met de avond- en nachtdiensten, eens per drie weken van maandagochtend 8 uur tot de volgende maandagochtend 8 uur, non stop; alleen even naar huis om te eten en te slapen (’s nachts vaak er uit voor een spoedrecept). Gelukkig leerde ik veel van de drie oudste personeelsleden, de assistenten Toos den Hartog en Han van Muilwijk en apotheekhulp Bart van Lent, die al jaren in de apotheek werkzaam waren.

 

Op 22 januari 1971 gaat de totaal vernieuwde apotheek open op het oude adres, Kerkstraat 22; in de plaatstelijke pers wordt hieraan nú geen enkele aandacht besteed (!).

Inmiddels heeft dokter J. van Heijningen uit Schoonrewoerd per 1 december 1970 zijn apotheekpraktijk verkocht aan de Leerdamse Apotheek. Begin van de middag komen zijn recepten binnen en aan het eind van de middag moet alles klaar zijn om vervoerd te worden naar de uitdeelpost, die in de eerste jaren gevestigd is bij bakkerij Van Klei; later vinden we een eigen ruimte waar een medewerker van de apotheek de medicijnen uitdeelt en gaan we medicijnen en hulpmiddelen, zo nodig, ook bezorgen.

 

Het 50-jarige bestaan van de Leerdamse Apotheek wordt op 13 oktober 1976 uitgebreid gevierd met een receptie en een diner in Café-Restaurant "Haaften" te Haaften, kort nadat ik de apotheek had overgenomen.

In 1977 ontvangt Toos de Hartog, die dan al ruim 40 jaar bij de apotheek in dienst is, de eremedaille in zilver, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau.

 

In de loop der jaren verandert er veel in de Nederlandse apotheken: het plaatsen van bestellingen bij de groothandels wordt meer en meer geautomatiseerd; etiketten worden niet meer met de hand geschreven, maar getikt; op diverse geneesmiddelen komen waarschuwingsstickers (pas op met alcohol e.d.) en er wordt steeds meer bekend over de wisselwerking tussen de diverse geneesmiddelen.

Apothekers uit diverse plaatsen zoeken contact met elkaar om ervaringen uit te wisselen; Leerdam sluit zich aan bij de groep "Betuwe Apothekers"waar de nieuwste geneesmiddelen worden besproken; het eindoordeel gaat schriftelijk naar huisartsen en specialisten in de regio.

 

In Leerdam ontstaat een regelmatig overleg tussen de plaatselijke apothekers, huisartsen en apotheekhoudende huisartsen uit de directe omgeving. Om de apothekers bij te scholen worden allerlei cursussen ontwikkeld, eerst in de vorm van cassettebandjes voor zelfstudie; daarna volgen gastcolleges door bekende professoren. Later wordt nascholing verplicht gesteld.

 

In de loop der tijd neemt het aantal inwoners van Leerdam toe en als er in Leerdam-Noord een nieuw winkelcentrum wordt gebouwd, is dat een goede plek voor de vestiging van een tweede apotheek. Mijn vrouw, die zich na het behalen van haar apothekers-examen in 1972 voornamelijk heeft beziggehouden met de opleiding van apothekers-assistenten, gaat hier nu aan de slag. Na een voorspoedige bouwperiode kan apotheek "Het Eiland"op 16 augustus 1980 de deuren openen; een deel van het personeel van de Leerdamse Apotheek verhuist naar de nieuwe apotheek. De werkzaamheden in beide apotheken nemen toe, niet alleen door de groei van het aantal cliënten, maar vooral door de steeds intensievere voorlichting en de controle van de afgeleverde medicatie.

Intussen is in de Leerdamse Apotheek dhr. Th.W. van Dijk als tweede apotheker aangetrokken en al gauw wordt een nieuwe taakverdeling gemaakt. Mijn vrouw en collega Van Dijk worden de hoofdapothekers van resp. apotheek "Het Eiland" en de "Leerdamse Apotheek", terwijl ikzelf als tweede apotheker fungeer in beide apotheken, belast met laboratoriumonderzoek en administratie, hoewel we alle drie diensten blijven draaien en de verplichte cursussen volgen.

In 1986 breekt ook in onze apotheken het computertijdperk aan. Invoering van de computer heeft heel wat voeten in de aarde omdat op een totaal andere manier gewerkt moet gaan worden; later wordt dit alles nog versterkt door invoering van een meer en meer geprotocolleerde werkwijze, die nauwkeurigheid en veiligheid moeten vergroten.

Op een gegeven moment verdwijnt het Lingeziekenhuis uit Leerdam wegens overname door Gorinchem. Zo komt in juni 1982 een einde aan een jarenlange farmaceutische verzorging van de ziekenhuispatiënten door de Leerdamse Apotheek.

 

In 1992 is de Leerdamse Apotheek alweer sterk verouderd en te klein geworden, zodat opnieuw een forse verbouwing en uitbreiding plaatsvinden.

Eind 1996 besluit ik, wegens mijn steeds slechter wordend gehoord, met mijn werk te stoppen; mijn vrouw is solidair en volgt met pijn in het hart mijn voorbeeld.

De heer Van Dijk neemt beide apotheken over en zet, samen met dhr. D.W. Zeinstra (apotheek "Het Eiland") het werk voort.

In 2005 komt mevrouw J.P.A. de Vries-Vetten, als tweede apotheker, op beide locaties het team versterken en zo gaat het werk in de apotheken in Leerdam verder, hopelijk nog vele jaren.

 

Jaargang 24, nr. 2

 

P.H. van Kogelenberg

 

 

Enkele foto's van de verbouwing in 1952:

 

     Achteraan: F.L. Blom

 

                                                        

                                                     Achterste rij: 2e van links M. Hensbergen / 3e van links A.S. Aangeenbrug

                                                                         Rechts: F.L. Blom.     

                                                    

  

   Achterste rij: 1e van links A.S. Aangeenbrug / 2e van rechts F.L. Blom / rechts H.A. van Ieperen

   Voorste rij   : rechts M. Hensbergen

                                                      

                            Met hoed: F.L. Blom