ANNA VAN EGMOND

 

 

 

Anna was het enige kind uit het huwelijk van Maximiliaan van Egmond en Maria de Lannoy. Ze kwam in maart 1533 in Grave ter wereld.

 

Toen haar vader in 1548 stierf was zij als erfdochter de enige erfgename van zijn uitgestrekte bezitingen, dus ook van Leerdam. Zij werd daadoor op 15-jarige leeftijd Gravin van Leerdam.

Hoewel zij in Grave geboren was had zij spoedig een voorliefde voor Buren, waar zij niet alleen bij voorkeur woonde, doch zij gebruikte ook de naam van dat graafschap als achternaam. In de geschiedenis kennen we haar dan ook als Anna van Buren.

 

Op 21 december 1549 vroeg Anna verheffing aan van het leen Leerdam. Dit werd haar geweigerd. De Rekenkamer gaf als reden op dat de aanvraag niet op tijd was gedaan.

 

Een dergelijk verzoek diende binnen een jaar na het overlijden van de leenman te worden gedaan. Anna had haar verzoek wel binnen een jaar na het overlijden van haar vader (23 december 1548) gedaan, doch hij was, voor zover bekend, nimmer met Leerdam beleend.

Waarschijnlijk wilde de Rekenkamer, nu de jonge, nog onervaren vrouw met weinig invloed het verley aanvroeg, van de gelegenheid gebruik maken om de omstreden gift van Maria van Bourgondië aan haar grootvader, Frederik van Egmond, ongedaan te maken. Anna nam echter geen genoegen met de weigering en spande een proces aan bij het Hof van Holland.

 

In 1550 verklaarde de procureur-generaal van dat Hof dat alle giftpapieren van nul en gener waarde waren en dat Leerdam sinds 1407 aan de Graaf van Holland toebehoorde.

 

De heren van De Rekenkamer waren zeer ingenomen met deze verklaring van de procureur-generaal. Eindelijk deed zich de mogelijkheid voor Leerdam bij het Graafschap Holland in te lijven. De oude droom zou werkelijkheid worden.

 

Anna kwam echter in verweer tegen die uitspraak. Zij had inmiddels steun gekregen in haar strijd om het bezit van het Graafschap Leerdam. Bovendien vond Karel V dat zijn page, de in 1533 geboren Willem van Nassau, die zich sinds 1544 Prins van Oranje kon noemen, een geschikte bruidegom was voor Anna van Buren. Een huwelijk tussen Willem en Anna werd dus geregeld. Op 8 juli 1551 vond te Buren in de parochiekerk de huwelijksplechtigheid plaats in tegenwoordigheid van talrijke voorname gasten. Het huwelijk weed voltrokken door de aartsbisschop van Keulen, die voor deze gelegenheid met groot gevolg naar Buren was gekomen.

 

Na het huwelijk kon Willem als haar vertegenwoordiger optreden in het lopende proces. Op 16 januari 1552 diende hij bij het Hof een uitvoerig verweerschrift in tegen de opvatting van de procureur-generaal. Deze kwam met een even uitvoerige repliek. De repliek werd door Willem op 10 juni 1553 even breedvoerig beantwoord.

 

Blijkbaar was de kwestie zo moeilijk te beoordelen dat de voortgang van het proces daardoor stokte. De rechters kwamen niet tot een uitspraak in de zaak. Evenmin als in het verleden kon een bewijs worden gevonden dat in 1407 het toenmalige schependom Leerdam één geheel vormde met de landen van Arkel, welke landen na de nederlaag van de Van Arkels in 1412 aan de Hollandse graaf waren verkocht.

 

Omdat de juistheid van de bezwaren van de Rekenkamer niet kon worden aangetoond verleende het Leenhof in ’s-Gravenhage aan Anna van Buren de gevraagde verheffing, zij het met een clausule waardoor, mocht alsnog worden aangetoond dat Leerdam deel van de landen van Arkel uitmaakte, het verley zou vervallen. Deze clausule zou nog enige malen bij latere verheffingen worden gebruikt doch tenslotte achterwege worden gelaten.

 

Uit het huwelijk van Willem en Anna zijn, behalve een jong gestorven meisje, 2 kinderen gesproten: een te Buren op 19 december 1554 geboren zoon Philips Willem en een dochter Maria in 1556. Het huwelijk heeft geen 7 jaren geduurd. Anna werd ernstig ziek en overleed te Breda op 24 maart 1558.

 

Haar 4-jarige zoon Philips Willem erfde al haar bezittingen. Hij werd daardoor de eerste Graaf van Leerdam uit het huis van Nassau. Zijn vader werd voogd en zou tot aan de volwassenheid van zijn zoon diens bezittingen beheren.

 

Philips Willem bracht zijn jeugd door te Breda en Brussel en werd in 1556 student te Leuven. Daar liet Alva hem gevangen nemen nadat zijn vader Willem van Nassau bij de komst van Alva in de Nederlanden naar Duitsland was gevlucht. De jongen werd naar Spanje overgebracht, waar hij in de gelegenheid werd gesteld verder te studeren. Hij woonde aan het koninklijke hof, maar hij was een gijzelaar.

 

Zijn vader beheerde tot diens gewelddadige dood in 1584 de bezittingen van Philips Willem. Na Willems door nam Philips van Hohenlohe, die gehuwd was met Maria van Nassau, de zuster van Philips Willem, die taak over.

 

Eerst in het jaar 1596 kreeg Philips Willem, na herhaald verzoek, toestemming naar de Nederlanden terug te keren. Op 11 februari 1596 deed hij zijn intocht in Brussel. In 1598 ging hij terug naar Spanje waar hij werd benoemd tot ridder van het Gulden Vlies. Intussen kreeg hij o.a. het prinsdom Oranje en andere bezittingen terug. Hij kon zich dus ook Prins van Oranje noemen.

 

In 1606 trad hij met Eleonora Charlotte van Bourbon, een nicht van de franse koning, in het huwelijk. Hij was zachtaardig, prachtlievend en zeer rijk. Hij stierf kinderloos.

 

Zijn halfbroer Maurits erfde zijn bezittingen. Deze bleef ongehuwd. Bij zijn dood gingen zijn bezittingen naar zijn halfbroer Frederik Hendrik, enige zoon uit het huwelijk van zijn vader met diens vierde vrouw, Louise de Coligny.

 

Hij gaf als Graaf van Leerdam toestemming tot het bouwen van een nieuw stadhuis op de Breestraat (nu de Markt) in Leerdam. Toen dat stadhuis klaar was pronkte niet alleen het wapen van Leerdam op de voorgevel, doch ook het wapen van Prins Frederik Hendrik en dat van zijn vrouw Amalia van Solms.

 

Het Graafschap Leerdam bleef in het bezit van de Nassau’s tot de franse bezetting in 1795, toen al hun bezittingen werden geconfisqueerd door de inmiddels uitgeroepen Bataafse Republiek.

 

Hiermede eindigt deze serie uit de historie van Leerdam. Het was de bedoeling de weinig of niet bekende geschiedenis van Leerdam vanaf de Van Arkels tot de Nassau’s zoveel als de door mij geraadpleegde archieven toelieten, aan het daglicht te brengen. Tevens werd daarmee de rol belicht die de Van Egmonds speelden om in het bezit van Leerdam te komen en hun belangrijke invloed op de loop der geschiedenis van de Nederlanden. Door hun inzicht en vasthoudendheid is Leerdam eeuwen onafhankelijk van Holland gebleven, ondanks alle pogingen het Graafschap in te lijven.

 

E.J.C. de Veer

 

Jaargang 11 nr. 3